If you can’t stand the heat…

Op zaterdagochtend 18 september heeft de VVD-fractie Noord-Holland bij meerderheid van stem besloten mij uit de fractie te verwijderen. Wat was hiervoor de aanleiding?

if you can't stand the heat...

De VVD in de coalitie Noord-Holland
Het pad van de VVD Noord-Holland is spannend omdat gekozen is voor een ‘linkse’ coalitie (met Groen Links, PvdA en D66). Voorliggende besluiten leiden VVD-intern soms tot de nodige vraagtekens en discussie. Niet iedereen is in gelijke mate blij met of geïnteresseerd in die vraagtekens en discussie. Mij is meerdere keren te verstaan gegeven dat ik nog eens moest nadenken of ik wel geschikt ben als politicus; enerzijds omdat gedeputeerde Loggen vindt dat ik mijn vraagtekens niet of onvoldoende onderbouw, anderzijds omdat ik mij inzet om de stijl en cultuur waarbinnen de discussies plaats vinden te verbeteren en omdat ik ervoor pleit meer met ‘het VVD-veld’ samen te werken in een meer verbindende bestuursstijl in plaats van keer op keer tegenover elkaar te staan in kranten en andere publieke media.

Loyaal aan de VVD
Ik heb mij nooit in het openbaar over deze intern gevoerde discussies uitgelaten. Op het moment dat de fractie standpunten naar buiten bracht, heb ik altijd loyaal het VVD fractiestandpunt, het VVD verkiezingsprogramma en het NH coalitieakkoord gesteund. Dus de intrigerende vraag komt naar voren, waarom uit de fractie gezet?

De wortel of de stok
Op 24 augustus bespraken we als fractie het provinciale Masterplan Wonen dat een oplossing moet bieden voor de enorme woningnood waar onze provincie voor staat. Dit Masterplan bevat opties voor grondbeleid en/of een woning-opkoopprogramma voor tenminste 100 miljoen elk (geen provinciale kerntaken), in de context van provinciebeleid waar mobiliteit en infra (wel provinciale kerntaken, en mijn portefeuille) onder druk staan: reeds 214 miljoen aan mobiliteitsreserves is in deze coalitieperiode omgebogen naar andere beleidsterreinen en 151 miljoen wordt daar met de komende begroting nog aan toegevoegd, naast de tientallen miljoenen die gereserveerd waren voor concrete projecten die inmiddels zijn gestopt of ter discussie worden gesteld. Ook het Masterplan Wonen kent een mobiliteitsparagraaf waar ik kritische vraagtekens bij had. Gedeputeerde Cees Loggen gaf ergens in de discussie aan dat de provincie werkt ‘met de wortel en niet met de stok’. Ik antwoordde dat dat in het veld nog weleens anders wordt ervaren. De gedeputeerde reageerde als door een wesp gestoken. Hij onderbrak mij en vroeg om een voorbeeld. Toen ik dat zo gauw niet wilde noemen, begon hij een in mijn ogen fel betoog waarin hij zei dat ik geen voorbeeld gaf omdat ik dat niet kon, en dat ik vaker ononderbouwde meningen en standpunten heb en dat dat niet passend is voor een VVD statenlid. Ik heb meteen aangegeven dat ik de sfeer waarin wij vergaderen niet passend vind en dat het voor mij zo niet gaat. In (app)overleg met de fractievoorzitter de volgende dag kwamen we overeen dat ik zou proberen een uitpraatgesprek hierover te hebben met gedeputeerde Cees Loggen. Dit gesprek werd gepland op 17 september.

Vervolggesprek via de app
In de fractievergadering van 7 september (de gedeputeerden waren afwezig wegens een ander overleg) heb ik aangegeven dat ik deze cultuur niet lang meer verdraag. Er vond een mij onbekende terugkoppeling plaats uit die fractievergadering naar gedeputeerde Cees Loggen en dat leidde ertoe dat hij mij appte op 9 september dat hij niet meer met mij persoonlijk wilde praten omdat dat ‘geen zin zou hebben’. Hij gaf daarin ook aan dat de voorzitter van het bestuur van de VVD Noord-Holland bij de afspraak aanwezig zou zijn, zonder dat ik daarin zeggenschap of keus had. Op grond van welke informatie of motivering wilde hij niet zeggen, net zo min als wie hem de terugkoppeling had gegeven. Mijn aandringen op een gesprek van mens tot mens, omdat dat volgens mij de beste manier is om er samen uit te komen, legde hij terzijde. Toen ik op 13 september aangaf dat ik vanwege het belang van de kwestie de afspraak dan toch wilde laten doorgaan en dat ik mij daarbij wilde laten ondersteunen door een vertrouwenspersoon, zegde hij de hele afspraak af en appte de zaak voor te leggen aan fractie en bestuur.
Ik heb laten zien dat ik geen gedoe wil voor de VVD en de zaak persoonlijk met gedeputeerde Cees Loggen wilde uitspreken en dat is mij niet gegund.

Niet eens een vonkje maar een herhaling van zetten
In de wandelgangen van de Provinciale Statenvergadering op 13 september sprak de fractievoorzitter mij aan. Gedeputeerde Loggen had om een fractievergadering gevraagd op korte termijn. Hij stelde voor zaterdagochtend 18 september om 9 uur. Ik beloofde er te zijn. Daarop lichtte hij alle aanwezige fractieleden in dat er zaterdagochtend een extra fractievergadering zou zijn.
Aan het begin van de vergadering op 18 september meldde de fractievoorzitter dat hij de agenda gisteren had rondgestuurd, ik had die niet ontvangen. Hij bleek in ibabs, het documentsysteem te zijn gezet. Ook meldde hij dat er twee fractieleden afwezig waren maar dat ze telefonisch standby waren aan het eind als dat nodig zou zijn. Wat weten zij dat ik niet weet, vroeg ik me af, waarvoor moeten ze standby zijn? Bij mij nam de spanning toe. De fractievoorzitter gaf mondeling een uitgebreid ‘feitenrelaas’ weer vanaf augustus. Ik moest ter plekke instemmen of wijzigingen aangeven. In die spanning en zonder iets op papier te hebben, kon ik dat zo snel niet. Uiteindelijk volstonden we ermee dat het ‘min of meer’ klopte. Daarna volgde een langdurig betoog van gedeputeerde Cees Loggen:

  • Deze discussie moest naar de fractie, aangezien hij van intimidatie wordt beschuldigd door een van de fractieleden met een onderbouwing die kant noch wal raakt;
  • Het gebeuren tijdens de fractievergadering van 24 augustus was niet eens vonkje maar een herhaling van zetten. Hij heeft Grethe al een aantal keren moeten aanspreken op uitspraken zonder onderbouwing. Hij zal blijven ageren tegen uitspraken zonder onderbouwing, zonder aanziens des persoons. Dat zegt hij niet alleen als VVD-lid maar ook als partijleider.
  • Hij gaat nooit meer een 1 op 1 gesprek met Grethe, ook niet 1 op 1 telefonisch of schriftelijk. Hij voelt zich niet veilig bij iemand die zo makkelijk het woord intimidatie in de mond neemt en zo makkelijk in de slachtofferrol gaat. Van een normale werkverhouding is geen sprake meer. Hij loopt voor niets weg maar hier loopt hij voor weg en dat vindt hij bizar.
  • Er zit bij Grethe geen steile leercurve in. Alle coaching is tevergeefs. In de 24 jaar dat hij politiek actief is, 12 jaar als dagelijks bestuurder en 10 jaar als fractievoorzitter, heeft hij dit nog nooit meegemaakt. Iedereen is coachbaar, op 1 individu na.
  • In de coalitie / Gedeputeerde Staten vormt Grethe gelukkig geen probleem als ze iets zegt want dat wordt afgedaan met ‘ach het is Grethe maar’. Collega-gedeputeerde Esther Rommel kan dat bevestigen. Dat is voor je geloofwaardigheid als politicus killing en voor het aanzien van de VVD fractie niet goed. Verder wordt elk van de fractieleden gerespecteerd, er wordt met gezag en respect naar een ieders inbreng geluisterd.
  • Hij leest, godzijdank in het provinciale sufferdje, dat Grethe de bestuurscultuur wil veranderen, terwijl de VVD hoofdverantwoordelijke is voor bestuurscultuur. De vraag wat je als VVD wil veranderen, die kan Grethe niet onderbouwen. Hij heeft geen enkel voorstel gezien om de bestuurscultuur te veranderen, maar het wordt wel opgetekend in een vraaggesprek met de provinciale communicatiemedewerker.
  • Hij constateert dat de VVD 8 teamspelers heeft maar 1 niet. Dit kan de fractie niet langer laten voortbestaan.

Toen was ik aan de beurt
Daarna kwam ik aan de beurt om een respons te geven op deze lange lijst. Ik moest mij nu voor de voltallige fractie verdedigen voor de (ervaren) intimidatie die ik in de beslotenheid met de gedeputeerde persoonlijk had willen bespreken. Dat heb ik slecht gedaan. Ik kwam niet veel verder dan aangeven dat ik mij steeds aan het verkiezingsprogramma en het coalitieakkoord heb gehouden, en dat ik verder het oordeel aan de fractie liet. Individuele fractieleden hebben op dat moment zeker pogingen gedaan meer informatie uit mij te krijgen, echter, de gedeputeerde had de vertrouwensvraag al op tafel gelegd en mijn woorden werden op een goudschaaltje gewogen.
Mij is nog wel gevraagd of ik mij in deze setting ook geïntimideerd voelde waarop ik ‘ja natuurlijk’ heb gezegd. Dit leidde tot de conclusie ‘if you can’t stand the heat, then stay out of the kitchen’. Mij is gevraagd uit de fractie te stappen, ik wilde dat niet, ik ben al 20+ jaar (en nog steeds) overtuigd en enthousiast VVD-lid. Daarop ging men over tot stemming en werd mij medegedeeld dat ik niet langer deel uitmaakte van de fractie.

Waarom ben ik uit de fractie gezet?
Het patroon hier is dat tegengeluid, zoals door mij verwoord op mobiliteits- en financieel gebied, als lastig wordt ervaren, dat daar bij gedeputeerde Cees Loggen irritatie over ontstaat, dat er eerst een gesprek wordt gepland 1 op 1, dat hij op voor mij onbekende gronden iemand mee wilde nemen, dat ik vervolgens een vertrouwenspersoon mee wilde nemen waarna hij het hele gesprek niet meer wilde. Vervolgens vertelt hij zijn verhaal bij de fractie en word ik onvoorbereid voor de fractie gezet. Ik geef aan voor de VVD te staan maar de bestuurscultuur te willen veranderen. Dit is een voorbeeld daarvan, namelijk het op macht acteren, en zo werd ik uit de fractie gezet zonder dat ik iets gedaan heb tegen de VVD, integendeel.

Conclusies

  • Manage de fractie en relaties niet via app.
  • Ook als politieke discussies om personen lijken te draaien, dan zit er wel degelijk inhoud onder.
  • Als iemand intimidatie ervaart en dit persoonlijk en met ondersteuning van een vertrouwenspersoon wil bespreken, dan werkt het niet om het in plaats daarvan in de voltallige fractie te bespreken.
  • Bestuurscultuur doet er meer toe dan je misschien denkt. Quod erat demonstrandum.

Museum van Loon Amsterdam

Portrait of Wilhelmine and Henriette van Loon 1826, by A.j. Dubois-Drahonet
Portrait of Wilhelmine and Henriette van Loon, by A.j. Dubois-Drahonet 1826

Museum Van Loon is a special canal house in Amsterdam built in 1672 and owned by the Van Loon family since 1884. The visit is a mixed experience of beauty, amazing details and an overdose of portraits. Did people actually live here, is a question coming up when walking around.

museum van loon

Many rooms are beautiful in Museum Van Loon. This photograph is the Blue Saloon on the ground floor. The woman with the red dress is Thora van Loon-Egidius who worked for Queen Wilhelmina. The museum shows more royal connections of the Van Loon family during the ages.

More recently, President Obama had dinner in the dining room of Museum van Loon when he visited Amsterdam. These kind of high profile contacts are clearly very important for the Van Loon family, but they do not communicate why. This leaves the visitor with the impression that it is about ‘belonging’, being part of societal circles as a value in itself.

museum van loon insignia

Intriguing is the fact that the insignia of Van Loon has 2 black heads in it and they do not know where that came from. Ancestor Willem van Loon was one of the co-founders of the VOC in 1602. The black heads were added later to the original 15ht century insignia of the three crosses (‘mill irons’) and suggest a link with slavery and colonialism.

But a fundamental explanation has not been found yet. Museum Van Loon is open about the family’s connections with slavery in the 18th and 19th century and had a big project on the subject – keeping the details for an online visit here: https://www.museumvanloon.nl/programma/archief/120.

When I entered the sleeping room – the Sheep Room – I felt cosiness and private life for the first time. Much of the canal house is beautiful but impersonal. The Sheep Room is different; a place where humans live and enjoy themselves – maybe also because of the bookshelves and the fact that chaos is more dominant than order there.

Some particular highlights I like to show you here:

museum van loon red saloon

The Red Saloon, an amazing room full of portraits.

The most recent portraits of women in the family – they chose a different style, very nice.

museum van loon kitchen

The kitchen – just adorable

museum van loon garden

The garden, at the ‘back side’ of the canal house.

museum van loon koets

The char-à-bancs from the begin of the 20th century that was used for pleasure drives. Imagine that you sit in there or maybe even drive it yourself over the romantic canals of Amsterdam!

museum van loon stairwell

The stairwell that has its own particular charm.

All in all, I am not sure what to think of Museum Van Loon and that is maybe why I recommend a visit; it is intriguing, an elitist impression in an egalitarian city, a place where human touch has a challenge to break through the stiff upperlip while all seem to mean well.

De politieke memoires van Ruud Lubbers

de politieke memoires van ruud lubbers

Haagse jaren, de politieke memoires van Ruud Lubbers door Theo Brinkel

De politieke memoires van Ruud Lubbers geven de lezer een gevoel van ongeduld, daadkracht, visie en vriendjespolitiek. Lubbers weet in de jaren ’80 een verzwakt Nederland erbovenop te helpen omdat hij weet waar het naartoe moet én dit weet te realiseren. Onvermoeibaar is hij dag en nacht aan de slag, hier duwend, daar meedenkend, daar creërend, bondjes sluitend met de juiste personen op het juiste moment. Het contrast met de biografie van Wiegel is groot. Waar Wiegel zich stap voor stap een weg probeert te vinden in een wereld waar hij niet uit voort komt en die hij niet kent – hetgeen hij overigens uiterst slim en in hoog tempo doet – is Lubbers vanaf het begin onderdeel van de gevestigde orde en de ‘old boys’. Hij lijkt als het ware voorbestemd om zijn positie in Den Haag voor het landsbelang in te nemen. Doelgericht zet hij zijn stappen. Daarbij moet hij ook teleurstellingen wegslikken zoals wanneer Van Agt lijsttrekker wordt terwijl hijzelf dit eveneens ambieerde. Jaren moet Lubbers wachten en meebewegen tot hij zelf de positie van lijsttrekker weet te verwerven en zijn volle potentieel kan ontplooien. Tot die tijd houdt Van Agt, daarbij ondersteund door Wiegel, de deur voor hem dicht. Maar Lubbers heeft visie en dat geeft uiteindelijk de doorslag.

Een deel van de politieke memoires van Ruud Lubbers over de Haagse jaren zijn saai door het ontbreken van interessante anekdotes. Soms gaat Lubbers in op kritiek die hij heeft gekregen maar die je als lezer niet per se kent, zodat je niet precies weet op welk verwijt hij reageert. De memoires lijken ook een stukje rechtvaardiging van zijn denken en handelen. Ze lijken doordrongen van de wil van Lubbers om het goed te doen en het goede te doen. Lubbers zit daar voor Nederland en schildert hoe hij stap voor stap het land uit de crisis weet te halen. Hij geeft veel inzage in hoe de zaken zijn gegaan en welke ingrepen allemaal hebben geleid tot verbetering en vernieuwing.

Over Lubbers persoonlijk vernemen we minder. We leren hem kennen als een echte katholiek, wat lijkt te betekenen dat je de zaken niet strak en principieel interpreteert en ruimte laat aan anderen. De morele vinger die vanuit de protestante hoek in het CDA nogal eens geheven wordt, roept bij Lubbers vooral verwondering op. Het is onverdraagzaam en onnodig en creëert disharmonie. De in de memoires geschetste werkwijze van Lubbers heeft iets ongrijpbaars. Onmerkbaar trekkend en duwend en voortdurend onderhandelend werkt Lubbers aan een Nederland waarin het bedrijfsleven kan floreren zodat er weer werk ontstaat voor de vele werklozen en de overheidsfinanciën op orde geraken zodat de welvaartstaat – in bijgestelde vorm – overeind kan blijven.

‘Daarbovenop gaat het niet alleen om wat intellectueel, of analytisch zuiver is, maar ook om de vraag of je het uitgelegd kunt krijgen. Niet aan iedereen, maar aan voldoende mensen, om erin te kunnen blijven geloven. Je houdt het politiek niet vol als je zelf de enige bent, die van zijn gelijk overtuigd is. Het innemen van een bepaalde positie is mede gerelateerd aan de percepties van anderen. Daardoor zie je jezelf zo nu en dan voor dingen staan, waar je later niet meer in gelooft. Ik verdedig in de eerste helft van de jaren tachtig de toeslagen voor de zogeheten echte minima. Dan de meerjarige echte minima. Dan de échte, échte, échte minima. Het blijkt later een onding, maar we winnen er de tijd mee die we nodig hebben. Het is een tijdlang de enige droge tegel in de modder. Je kunt er even op staan, tot ook die langzaam wegzakt. Daarmee is het thema op zichzelf niet zonder zin geweest. Vanuit de absolute, ethische criteria van links en ook wel christelijk-sociale uitgangspunten wordt dan toch in ieder geval erkend dat je je best doet.”

Bovenstaand citaat komt uit hoofdstuk 12, ‘De overbelaste democratie’ wat ik sowieso het interessantste hoofdstuk vond. Burgers hebben heel hoge verwachtingen gekregen van de overheid en de overheid kan die niet waarmaken. Hoe herkenbaar, ook nog in 2021! Interessant is daarbij dat ook de internationale verdragen reeds in Lubbers’ tijd opdoemen; Nederland heeft die ondertekend met een andere bedoeling dan de betekenis die ze in de jaren ’80 krijgen – mede op basis van rechterlijke uitspraken. En er is veel gedoe over de strafmaat van criminelen, en over het feit dat die beter beschermd lijken te worden dan burgers. Wetgeving, bestuur en rechterlijke macht zijn overbelast, constateert Lubbers. Het gaat te ver dit hoofdstuk diepgaand te beschrijven hier maar het leidt tot een pleidooi aan de politiek om verantwoordelijkheid te delen met burgers en groepen burgers. De tegenargumenten die dat oproept (‘de overheid moet gewoon zijn werk goed doen’ ‘geen verworven rechten van burgers aantasten’ en ‘moraliserend’) zou je heden ten dage ook zo kunnen horen. Het lijkt daarmee wel of de politieke problemen tijdloos zijn en onderdeel van het bestel. Ademloos las ik zinnen die in 2021 geschreven hadden kunnen zijn:

“Te veel speelt zich af onder de broeierige kaasstolp aan het Binnenhof. De politicus heeft de neiging de burger te vertellen wat hij belangrijk moet vinden in de politiek, terwijl eigenlijk de burger zelf uitmaakt wat belangrijk is in de politiek”.

Wijze woorden, en tegelijk intrigerend want als je de biografie van Wiegel leest, staat die veel dichter bij de burger dan Lubbers voor wie alle contacten ‘in de bovenlaag’ lijken te zitten. Heel interessant is verder Lubbers’ observatie dat bewindslieden die weinig doen, weinig kritiek krijgen. En dat de Kamer controleert op fouten – die je maakt als je juist wel veel doet – en niet op gebrek aan activiteiten. “De risicomijdende bewindspersoon zit veiliger dan de actieve”. Hoe staat dat ervoor in 2021? De vraag stellen is….

Uit hoofdstuk 12 wordt ook duidelijk dat de bestuurscultuur met strakke afspraken in coalitieverband uit deze tijd stamt. Er is heel veel overleg. Waar in de tijd van Wiegel het kabinet tegenover de Kamer staat, staat nu het kabinet met de regeringsfracties tegenover de oppositie. Dat brengt ons bij het thema ‘tegenmacht’ dat in 2021 vooral vanuit Pieter Omtzigt hoog op de agenda is gezet. Daarover in een andere blog meer.

Lubbers zelf vindt overigens niet dat hij te monistisch was en afspraken in coalitieverband dicht timmerde. Hij geeft daarover een kenmerkend Lubberiaans betoog. ”Je wordt als excuus gebruikt door mensen (…) die zeggen dat ze ergens niet onderuit kunnen, omdat er een afspraak in het Torentje is gemaakt. Terwijl dat helemaal niet waar hoeft te zijn, omdat ik bijvoorbeeld afspraken maak die de eigen verantwoordelijkheid onverlet laten”.

Al met al zijn de politieke memoires van Ruud Lubbers een interessant boek met ups en downs qua spanningsgehalte voor de lezer. Een aanrader voor wie zich wil verdiepen in het tijdperk Lubbers en in diens zeer doordachte visies vanuit een besef en verantwoordelijkheid van de christelijke politiek.

Geïnteresseerd in meer?
Lees ook mijn blogs over de biografieën van de unieke Franse en Europese politica Simone Veil, van president Francois Hollande en van VVD-coryfee Hans Wiegel.

Are Jews White?

are jews white?

Are Jews White?, is the name of a new exposition in the Jewish Historical Museum in Amsterdam. As an expert in diversity and inclusion, I went there almost immediately after the opening. Are Jews White? is an interesting and also a bit disappointing exposition. I explain you my mixed feelings in this blog.

When you enter the expo, there are a number of signs on walls and pillars, and a short introducton video. After that, you arrive in a former synagogue which is the religious part of the Jewish Historical Museum. I was surprised: was that all? Indeed it wasn’t. After the religious part, the exposition Are Jews White? continues. Video has a central place. The exposition makers have interviewed around ten persons with different background who reflect on the theme Are Jews White?. After some nice cutting and pasting, they produced a good series of interesting comments on the subject: many aspects of the theme are thus covered from different perspectives. A disadvantage however is that this production does not elevate the theme above the average ‘circus of opinions’. I could not discover where Are Jews White? rises above existing concepts. Are Jews White? rather shows how deeply we are imprisoned in boxes, unable to liberate ourselves from them.

To me, the concept of black and white is evidently not applicable to Jews (and many others). I remember how I visited a camp with Jews from Ethiopia in Tel Aviv who newly arrived, somewhere in the begin of this century. They had been health care workers in Ethiopia and were preparing for a similar job in Israel. They had a good selfconfidence of what they had to offer to Israeli Jews – for example, more respect for the elderly – but many of them felt underestimated and discriminated upon. Therefor I wondered how the exposition would work this out. Are Jews White? failed to do so, but shows clearly that the concept of black and white has strong limits and serves rather as a concept to divide people more than to unite them.

Professor Gloria Wekker is one of the persons interviewed in the video. Her concept of intersectionality has no answer to the Are Jews White? issue. Intersectionality (in my view) was an original concept encouraging us to leave a dualistic world and enter the multifaceted one. Especially when Gloria Wekker just started as a professor and called her concept ‘kruispuntdenken’ (crossroad thinking), it was much more open to the dynamics of diversity. Something went wrong during the years along the intersectional road. Not only did intersectionality create more boxes, these boxes are also more oppressive, there is no escape from them.

are jews white? zijn joden wit?

The result, and that is very clear in Are Jews White?, is that Jews would be called black or white for political reasons, or for the opinion people have about them, or that they have about themselves. The tragedy is that this limits Jews to be who they are. And indeed this may be true for all of us: the concept of black and white limits us all. Of course I understand that the concept of black and white serves to explain the construction of society but let’s be fair: watching the video in the exposition, it is clear that the concept of black and white is more than a methodology. It serves the need of many to be part of a group or to see others as such. It provides a safe world of boxes where skin color and other aspects are all well set and clear and can be explained in predictable terms. The exposition fails to explain this need at a deeper level: why do we need to put people into categories? Why do we get upset when Jews do not fit in?

Maybe the ambition to have more answers is too high. I remember my last visit to Israel when I discussed with a scientist in the Holocaust Museum: why is there antisemitism, and why does it seem to be always there? He admitted that as a scientist, he can prove it is there and describe it, but he can not explain it scientifically.

My guess is that the Jewish Historical Museum created Are Jews White? to open the discussion about (useless) boxes and to prevent that we lock ourselves in and that we try to lock Jews in. We have to live with a rather misty and multi-interpretable reality for ourselves and for others, even though that comes with uncertainties. All-in all, I recommend the exposition. For your notice, it is totally bilingual (English and Dutch).

benjamin en chaila cohen
kaatje cohen

And don’t forget to walk by the paintings I show on the picture here, that I adored above every object in the museum, especially the woman’s dress: Benjamin and Chaile (Kaatje) Cohen from the 18th century. There’s more info about them but you will find that when you visit…

Hans Wiegel – de biografie

hans wiegel

Hans Wiegel – de biografie, geschreven door Pieter Sijpersma – verteld door Co de Kloet

In coronatijd maakte ik menige wandeling in het uur voorafgaand aan de avondklok, en daarbij was het luisterboek van Hans Wiegel een welkome gezel. Terwijl ik door de Jordaan liep of langs de grachten of door de Houthavens en het Westerpark, vertelde de warme rustige stem van Co de Kloet mij van alles wat ik nog niet wist over de politiek in de jaren ’60, ’70 en ’80. Het aardige van de biografie van Hans Wiegel is dat die deels ook een cultuurschets is: per decennium is er een beschrijving van gewoonten en ontwikkelingen in de Nederlandse maatschappij waardoor je de politicus Wiegel kunt waarnemen in de context van die tijd. De opkomst van Wiegel in de politiek valt bijvoorbeeld samen met de opkomst van de televisie. De grote ambitie van Wiegel om van de VVD een volkspartij te maken en zijn onvolprezen talent om complexe kwesties uit te drukken in gewone-mensen-taal combineren natuurlijk uitstekend met het gegeven dat hij live op televisie te zien is voor het gewone volk voor wie de televisie een nieuwe wereld opent. Zo brengt hij de politiek daadwerkelijk dichterbij de Nederlanders en zorgt hij voor een flinke groei in VVD Tweede Kamerzetels. Hij maakt zijn ambitie om van de VVD een volkspartij te maken waar.

Intrigerend is het om te zien hoe iemand op 25-jarige leeftijd in de Tweede Kamer komt en al heel snel doorgroeit tot partijleider. Hij meet zich gemakkelijk met de ervaren Joop den Uyl die in dit boek als zeer intelligent en opvallend innemend wordt beschreven. Wiegel voerde fel oppositie tegen het kabinet Den Uyl en volgens deze biografie kon Den Uyl dat waarderen. Den Uyl debatteerde graag tegen Wiegel, ten overstaan van volle zalen. Over het nog steeds vaak op televisie getoonde fragment waarin Wiegel zegt dat Sinterklaas bestaat en – wijzend naar Den Uyl – aangeeft ‘daar zit hij’, waarop de hele zaal in schaterlachen uitbarst, heb ik altijd aangenomen dat Den Uyl zich voor gek gezet had gevoeld. Maar die kon erom lachen en genoot van de rumoerig verlopen avond. Inhoudelijk stonden ze zover tegenover elkaar dat er nooit een coalitie uit kon voortkomen, maar dat stond het contact als mens en politicus niet in de weg. Een mooi voorbeeld voor de huidige tijden waarin politici een hekel hebben aan anderen en hen domweg ‘weg wensen’; iets wat natuurlijk niet gebeurt en alleen maar tot verzuring in de verhoudingen leidt.

Sowieso is de opgewektheid van Wiegel een mooie leidraad die door het hele boek loopt. Wiegel zorgt goed voor zichzelf. Zo houdt hij van stijl wat tot de herintroductie van een koets met paarden bij zijn ministerschap van Binnenlandse Zaken leidt en hij houdt van een sigaar en een borrel waar op het ministerie in voorzien wordt. Daarbij is hij dan ook tolerant voor anderen en heeft er begrip voor dat die andere dingen belangrijk vinden. Er zijn mensen die zichzelf beperken en dan vinden dat anderen dat ook moeten doen – Wiegel beperkt zichzelf niet en geeft anderen ruimte. Dat dat opvalt, is veelzeggend.

Het hele proces tussen regering en Tweede Kamer in de tijd van Wiegel komt chaotischer over dan in de strakke coalities van de laatste decennia: dan is die weer ergens tegen en dan werkt die weer niet mee. In het CDA hebben ze zelfs een groepje dissidenten waar de coalitie die Wiegel’s VVD vormt met Van Agt’s CDA de nodige hinder van ondervindt. Hoe dan ook is er respect voor de positie van volksvertegenwoordigers, ook al lijkt de coalitie zich daardoor al stotterend naar het einde te begeven en worden belangrijke grote veranderopgaven te weinig gerealiseerd.

Wiegel beseft als geen ander dat politiek ook een vorm van theater is, en dat de kiezer de mensen in Den Haag wil kennen en het fijn vindt als er wat te beleven valt. Veelvuldig is hij in het nieuws te vinden en in vergelijking met tijdgenoten toont hij ook meer van zijn thuis en zijn persoonlijk leven. De mensen smullen ervan. Velen verwijten hem ijdeltuiterij en ongetwijfeld is dat terecht maar dit is ook waar: Wiegel minacht niemand, hij behandelt iedereen met respect ongeacht of die persoon een hoge of een lage functie heeft. Hij zit niet opgesloten in een ivoren toren van macht en regeren en heeft oog voor de gewone man. Juist de eigenheid van Wiegel en zijn onorthodoxe stijl vormen zijn kracht. Dat hij ondertussen weinig visie toont, werkt eerder in zijn voordeel: het biedt anderen die met hem moeten samenwerken, ruimte om dat in te vullen. Zo is een consequente liberale koers minder te herkennen bij Wiegel. Aan de andere kant weet Wiegel datgene wat hij vindt, veel beter te verkopen dan menig ander in die (en de huidige) tijd. Het verbaast niet dat Wiegel tot op heden een grote publiekslieveling is.

Wiegel vormde een hechte twee-eenheid met Van Agt. De vele voorbeelden in het boek over hoe het toeging in de tijd dat Van Agt premier was en Wiegel vicepremier laten zien dat het vertrouwen tussen die twee heel groot was. Ook toont het hoe gemakkelijk Wiegel de gaten wist te vullen die Van Agt liet vallen. Van Agt lijkt niet te hebben overgestroomd van ijver of hij vond zijn functie niet leuk genoeg – met een volledig loyale houding kreeg Wiegel de kans problemen aan te vatten die eigenlijk bij de premier hoorden. Hij deed het met een zeker gemak en overwicht, ongetwijfeld wetend dat hij het ambt van premier had kunnen doen met zijn talent als zijn partij groot genoeg was geweest. Op de achtergrond is de opkomst van Lubbers te zien die veel meer kan en weet en wil dan Van Agt. Lubbers probeert constant een voet tussen de macht te krijgen. Van Agt en Wiegel gunnen hem die ruimte niet maar uiteindelijk is Lubbers toch degene die het stokje van Van Agt overneemt. Dat wordt een periode van grote veranderingen, waarover ik in de volgende blog schrijf: Haagse jaren, De politieke memoires van Ruud Lubbers.

30 uur heb ik moeten wandelen om dit luisterboek Hans Wiegel – de biografie uit te krijgen en het was van begin tot eind de moeite waard. Als je niet wilt wandelen, koop dan het boek in de boekhandel of op je e-reader: van harte aanbevolen.

Ribbius Peletier-penning 2021

Ribbius Peletier-penning

Toen ik het persbericht van de provincie Noord-Holland las, kon ik mijn ogen niet geloven: Sylvana Simons krijgt Ribbius Peletier-penning 2021.

De jury is van oordeel dat Sylvana Simons een onderscheiding verdient omdat zij een voorbeeld is voor de volgende generatie vrouwen” meldt het persbericht “en omdat zij zich publiekelijk uitspreekt over de combinatie van seksisme en racisme en zo sociale onveiligheid in de politiek bespreekbaar maakt. De bewustwording waar zij aan bijdraagt is belangrijk. Want de verharding van het politieke debat die we de afgelopen jaren zien, kan vrouwen afschrikken om deel te nemen aan de politiek.”

Met de uitreiking van een onderscheiding wil je naar mijn mening een bepaald gedrag en een bepaalde beweging stimuleren. Door deze toekenning werkt de provincie Noord-Holland mee aan wat het handelsmerk van Simons is: polarisering brengen en doen of het normaal is om altijd en overal eerst te denken in termen van kleur – waarbij wit ook een kleur is – en in termen van groepen. Daarom neem ik als Statenlid van de provincie Noord-Holland nadrukkelijk afstand van deze toekenning. Ik licht dat hier toe.

Simons is een vrouwelijke Wilders, een sterke debater die haar punt weet te maken over de groepsindeling van mensen in de vorm van identiteitspolitiek. Door de kracht van herhaling weet ook zij een verrassend groot aantal mensen te overtuigen van haar visie, dat vooral kleur en tevens sekse allesbepalende factoren zijn in relaties tussen mensen en in de inrichting van de samenleving: factoren waar geen ontsnappen aan is. Dat dit haar persoonlijke ervaring is, vormt geen probleem – het probleem start bij de veralgemenisering van die ervaring, en de vele aanvaringen die ontstaan in haar contacten met mensen die blijven hechten aan hun eigen ervaring. Simons raakt verwikkeld in het ene conflict na het andere en draagt net als Wilders bij aan de polarisatie in de samenleving. Dat mag, maar het is geen voorbeeld.

Ons democratisch stelsel biedt gelukkig ruimte aan opvattingen in een zeer breed spectrum: Wilders heeft zijn plek in dat stelsel net zoals Simons dat heeft. Wilders wordt al vele jaren zwaar beveiligd en ook Simons heeft een enorme lading aan bedreigingen, racisme en seksisme over zich heen gehad. Dat is een zeer donkere kant in onze democratie waar we ons met kracht tegen moeten verzetten. Het is dieptriest dat volksvertegenwoordigers beveiliging nodig hebben om hun werk te kunnen doen. Alle middelen die daarvoor maatschappelijk ter bescherming worden aangewend, zijn terecht evenals educatie die ons hopelijk verder brengt in het kunnen omgaan met meningsverschillen – ook als het om uitersten gaat.

Simons heeft recht op haar aanpak, echter, dat is iets heel anders dan een officiële provincieprijs aan haar gaan uitreiken als voorbeeldvrouw. De regels voor de uitreiking van de penning behelzen immers de voorwaarde dat betrokkenen van onbesproken gedrag zijn. Dat is hier niet het geval. Een dergelijke toekenning van de Ribbius Peletier-penning maakt de provincie Noord-Holland tot een actievoerend orgaan: zijn mensen die het conflict en de polarisatie opzoeken, het voorbeeld dat wij als provincie willen stellen? Blijkbaar wel. Als Statenlid neem ik daar nadrukkelijk afstand van.

Wie moeten we dan nomineren? Ik weet wel iemand: Wil van Soest. Een vrouw die geboren en opgegroeid is in de tijd dat je als vrouw in dit land nog geen eigen verantwoordelijkheid mocht dragen. Als je een bankrekening wilde openen, moest je toestemming van je man hebben en als je ging trouwen, gaf de overheid je ontslag. Een vrouw die zich daardoor niet liet ontmoedigen, die nu over de tachtig jaar oud is en nog steeds politiek actief. Die anderen heeft gestimuleerd hetzelfde te doen, ongeacht hun afkomst of kleur, en dat nog steeds doet. Zie hier de 1 minuut-video van de ‘onderscheiding’ voor deze vrouw, haar toegekend door Simons: https://youtu.be/OGGvzHRPC0Q .

Ons’ Lieve Heer op Solder

Ons' lieve heer op solder altar

Ons’ Lieve Heer op Solder is a special and well hidden treasure in the oldest part of Amsterdam. Ever seen a church in the attic of a canalhouse? For that unique experience, this museum should be on your wish list!

canal house ons' lieve heer op solder

Museum Ons’ Lieve Heer op Solder (Our Lord in the Attic) surprises the visitor who starts his tour in a ‘normal’ canal house and suddenly arrives in a church that can host quite a few visitors. You don’t feel that coming and that was exactly the point for this catholic church. In 17th century, the Dutch Golden Age, the religious war between roman-catholics and protestants was won by protestants in Amsterdam. Catholicism was officially banned but in the meantime, many catholics could still go to hidden churches all over the city – as long as they wouldn’t be visible, they would not be bothered.

At that time, accepting in silence that people would not give up their faith and letting them to worship according to their own rules and wishes was seen as a strong sign of tolerance. Thus Ons’ Lieve Heer op Solder is a museum that shows the roots of tolerance in an intolerant world, a characteristic that was very strong in 17th century Amsterdam that also opened the door for many Jews.

Your visit to Ons’ Lieve Heer op Solder starts in the canalhouse, with rooms like the kitchen here on the right, with stairs leading up and down in the narrowness that is usual in canalhouses in Amsterdam. I loved the stairs maybe even more than the rooms. Pottery is shown that was found in a cesspool, as well as the bedroom of the canalhouse owner.

There is also a room with 18th or 19th century classical design to give you an idea how people lived there at the time. I particularly liked the painted ceiling that you can see at the photograph. After this look into canalhouse-life, you can climb another staircase and boff, there you are, in a church that is not at all visible from the outside.

ons lieve heer op solder organ

The colour surprised me. The guard at the entrance knew all about Ons’ Lieve Heer op Solder and answered many questions, also the one on the pink paint in the museum. The church is in it’s original, 19th century state, a Victorian period where this colour was popular. Moreover there are many details and artefacts that are older, like the painting of Jacob de Wit at the altar (first half 18th century) and the organ (1794)

As you can see in the picture, the church has several floors and you can walk downstairs or go to the first floor. The church was founded by a rich German merchant, Jan Hartman in 1663.

peter parmentier priester ons' lieve heer op solder

Next to the church is the room where the priest lived: Peter Parmentier. He dedicated already decades of his life to the conversion of Amsterdam so probably it was logical that he got the job…
While making your tour through the canal house, do not forget to look out of the windows – the view on the canal is beautiful, and at one point also the tower of the Old Church can be spotted!

Ons’ Lieve Heer op Solder is living difficult times (summer 2020) as it seems to loose it’s financial support from the government. I am sure a solution will be found as this is among the oldest museums of Amsterdam and a more than unique reflection of the religiously diverse history of Amsterdam. However, you can contribute yourself by paying a visit to Ons’ Lieve Heer op Solder and/or fund them with your donation. Warmly recommended!

Other places to visit in Amsterdam:
Hermitage Amsterdam
Anne Frank Huis
Adam Tower

Another very interesting museum about the 17th century, the Dutch Golden Age:
Westfries Museum Hoorn

Musée d’Angoulême: beautiful!

Celtic helmet, 4th century BC, bronze, gold, silver, coral, spectacular finding 1981 Cave of Perrats (Agris)

Musée d’Angoulême has a fine collection worth visiting, with the golden Celtic helmet as a unique masterpiece. It is a mixture of archaeology, ethnography and fine arts, presented with care and good guidance.

musée d'angoulême entrance next to cathedral saint pierre

Looking for the archaeological museum of Angoulême, find the Musée d’Angoulême on the backside of the cathedral Saint Pierre. I had some struggle finding it. There are few signs indicating where the museum is. Once arrived, you go through a beautiful entrance. The 12th century roman tower of the cathedral looks down upon the visitors in all its magnificence.

musée d'angoulême bronze age presentation

Entrance is only 5 euro (in 2020) and I was told the ticket gives me a 50% reduction for the Paper Museum that I never heard of. Angoulême still has some work to do to attract interested visitors… This also goes for the language: everything is in French only. The information given is great, thorough and lively – if you speak the language. See the image here on the right about objects found in this region deriving from the Bronze Age.

musée d'angoulême prehistorical animal

The archaeological collection is on the ground floor. The website gave the warning that most of the older archaeological findings of this region are in other museums but I must say the Musée d’Angoulême presents very well what they do have. Even prehistorical items took my immediate attention. Prehistory is a period that I usually skip because I prefer the period from 10.000BC until the Romans, but not in Musée d’Angoulême.

musée d'angoulême wall with rests of dynasaure

The rock that the Musée d’Angoulême placed against the wall to show the findings of a dinosaure skeleton is very special! Moreover, the findings of the Neanderthaler and Cromagnon Humans are local: it is here that they lived. That, in combination with an excellent presentation, makes it special.

musée d'angoulême vitrin and wall prehistory

I liked a movie about the dolmen, telling that originally there was much more to the structure than just the big rocks that are left over. As the dolmen are older that the pyramids in Egypt, the Musée d’Angoulême calls them the ‘oldest architectural structure in the world’. But that is incorrect: the – presumed – temples of Göbekli Tepe are much older. Nevertheless it was new for me that dolmen were at the center of bigger constructions. The movie gives great images of what they must have looked like.

There are many nice objects, I show 3 of them here that I particularly liked:

heads of jarnac musée d'angoulême
  1. The Heads of Jarnac, images meant to keep ancestors close. The faces have their own individuality. West-Celtic (Gaule de l’Ouest) dating 1st or 2nd Century BC.

bronze age bowl musée d'angoulême

2. One of those ‘simple’ but very beautiful pieces to be found in Bronze Age collections. The fine art work on top would seduce me to buy it, if available in shops today…

chess and trictrac pieces from the Xth century, musée d'angoulême

3. Chess came to Western Europe from India via the Arab world in the 10th century. These are among the oldest pieces ever found. Trictrac was also a known game. Both were played with dice at the time.

On the first floor, a large collection of ethnography can be visited, mostly from Oceania, the Maghreb and some African countries. No opinion on that from my side. I paid a visit to the second floor for the ‘fine arts’ of the Musée d’Angoulême. It appears to be a mixture of art objects like porcelain and many paintings, some valuable, some not worth to be put into a museum. 3 paintings took my attention:

rosa bonheur jeune taureau sautant la barrière painting

Jeune taureau sautant la barrière, by Rosa Bonheur (19th century). Rosa Bonheur lived in a time where women were not allowed to go to art schools, however she found a way to learn how to paint. She made a great reputation with paintings of horses and cows. To go to animal markets and slaughter houses, she dressed up like a man to have access – just like the contemporary female writer George Sand was doing to be accepted. Rosa Bonheur was the first woman to be decorated with the great cross of the Legion d’Honneur.

van der helst painting of young gentleman and woman

Amid the many paintings of very different value, suddenly a real 17th century Van Der Helst painting. It is called ‘Portrait of a young Dutch gentleman and his wife‘ , not sure if this was the description or the real title. Anyway a surprising work of art in the collection.

And last but ot least, an intriguing piece of work by Pierre Auguste Vafflard, made in 1804: Young et sa fille. This is an incredible story about the English poet Edward Young who went to France with his daughter while she was ill, in the hope to get her cured. Helas, she dies at the age of 18 in Lyon. Being protestant in a catholic country, he is only allowed to bury here at night in the graveyard of the Swiss colony – and he has to do it himself. So here is the painting where he carries his deceased daughter to her grave at night. A true masterpiece – with apologies for the imperfect photograph.

edward young burrying his daughter at night, painting by Pierre Auguste Vafflard

Other places to visit in this region:
Vesunna Museum Périgueux
Museum of Art and Archaeology of the Périgord
Aubeterre Underground Church

Un Divan à Tunis – being human

Un Divan à Tunis is a great movie that combines fun with food for thought. Selma moves from Paris to Tunis where she was born because Paris has many psychologists and Tunis has none. She wants to be meaningful in her job and Tunisians need her. But… issues occur from unexpected angles…

Tunisia won my heart after I went there to give diversity trainings in several companies. The Dutch are called ‘direct’ in their communication style but hey, nothing beats the Tunisians in their directness. Un Divan à Tunis is certainly no exception to that: on the level of society, there is secretive behaviour but not in the interpersonal contacts. Relations develop in an unexpected way, as well as the plot. This movie is a joy to watch, you won’t be bored!

Selma is a psychoanalist who decides to start a practice in Tunis. In Paris, people can find psychological help at every corner of the street but in Tunis, it is new. Family members think she is crazy to want this, and they think her customers might be crazy too – so they do not want her to have the divan at the rooftop of their house but Selma insists and becomes successful at a short notice. However, life is not that easy for her.

Un Divan à Tunis shows step by step the complexity of Tunisian society. How the Jews are a common ennemy, even though some know nothing about Jews at all. How homosexuality and transgenderism are oppressed at the level of society – and might be accepted at individual level. How a man and a woman cannot be in the same room because it is against morals. Nevertheless Un Divan à Tunis shows several moments where this rule is broken, not because of sexuality but, very interesting, because they help each other, because they want to interact, listen, communicate, show empathy. Being human in this movie is stronger than all the societal rules.

This strong wish to be human, whatever societal problems occur, is what I remember from my visits to Tunisia. It can also be found is this great documentary Danny in Arabistan – Tunisia (in Dutch). I highly recommend Un Divan à Tunis, because it is a funny movie that gives good food for thought while you laugh.

Les Leҫons du Pouvoir, Lessons of Power

Les Leҫons du Pouvoir

Les Leҫons du Pouvoir, the Lessons of Power is an extensive book by Franҫois Hollande, French President 2012-2017. Books by politicians in high positions are always promising as they reveal the work done behind the curtains of media spotlights. The 500 pages of Les Leҫons du Pouvoir are only partly filled with interesting facts and events. Much of it is a description of his views, his convictions. However, there are very interesting sections that make it worth reading.

Les Leҫons du Pouvoir give the impression of a President who sees himself as a unique statesman in the first place. At some moments you think, my goodness, the ego! Then at other moments Franҫois Hollande surprises by his devotion to France, his willingness to serve, his claims of integrity and deep rooted values of liberté, égalité and fraternité. He is clearly a person who was in public positions all his life with large experience and well-founded visions.
Nevertheless his reflections hardly inspired me, maybe because of the over-abundant language he uses. Or it might be his style that is rather defensive: mentioning the arguments of his opponents to put his own arguments forward, stating how his economic measures really brought his country forward. Big events like the attacks of Charlie Hebdo, the Bataclan, Nice are described but on no occasion was I as a reader ‘into’ the subject – of course not every secret can be revealed in dealing with security but he could have said more that he does. The same goes for the international visits he made, or the negociations leading to the Paris climate agreement. Les Leҫons du Pouvoir concentrates on economy, the labour market, pensions and many other internal politics, although this presidency occurred in a period and country that moved many people worldwide.

A difficulty for a non-French reader is that Les Leҫons du Pouvoir never explains the French political system or institutes, nor the abbreviations used; also names of politicians are assumed to be familiar. This book is clearly not written for the international scene although its writer underlines on several occasions that France is a major player in the international community. Franҫois Hollande focuses on the international powers that he sees as relevant to the greatness and influence of France: Germany, the USA, China, Russia. A country like the Netherlands plays no role in his memoirs.

Les Leҫons du Pouvoir

Some of the interesting sections I particularly liked:

  • His admiration of the courage of the police officer who entered the supermarket where people were taken hostage by terrorists: ‘ses chances de survie étaient bien faibles. Il n’a pas hésité une seconde’.
  • His thoughts about trust as key to the state – a lack of trust can make democracies stagger
  • The moment Barack Obama, Mario Monti and Franҫois Hollande try to grill Angela Merkel about euro politics; they want her to accept ‘growth over cuts’. She holds strong and follows her own road.
  • His descriptions of several occasions that he wants to do or show something which is interpreted differently afterwards. For example he pays a visit to a château that has been available for all presidents’ holidays, and he walks with his partner to the beach as he wishes to have a ‘présidence normale’ but he is highly criticized – what he wants to do and express is not how the media and/or the public view it. It shows the complexity of power in relation to how it is perceived.
  • The endless European gatherings; 28 people all get 5 minutes to talk in the first round which is already long, however when the Portuguese prime minister takes half an hour, he is not interrupted by the chair… He considers that it is the longlasting European peace that causes the boredom: ‘à moins que ce ne soit l‘ennui lui-même qui garantisse  la paix’. One of those observations that form the pearls in this book!
  • How the debate about taking away the nationality of terrorists became impossible because it remembered the French to WWII and the Vichy regime that took away the French nationality from Jews and resistance fighters – the proposal is withdrawn.
  • The story of one of his ministers (‘l’affaire Cahuzac’) who is very convincing when lying to Franҫois Hollande with open eyes about his innocence, full of indignation. That is an incredible story and shows how difficult his job has been.
  • His relation to Emmanuel Macron, how it started, how it grew, and how it developed with Emmanuel Macron running for president, leaving Franҫois Hollande many steps behind in the political game.
  • The selection of the members of his government and the different fights they have, although the insights he gives do not explain all events concerned.

This book is about lessons learned about power, so I like to finish with 4 lessons:
1. Choose your battles – ‘à vouloir intervenir sur tout, on ne pèse sur rien’ (p. 70)
2. What counts is not the time spent to come to a decision but the traces the decision leaves in the long run (p.70)
3. Do not assume that your personal qualities like sympathy and understanding weigh more in diplomacy than the actual power relations (p.102)
4. Talking is not communicating. Don’t be too present in the media, don’t react to too many questions as people will not see or hear you any more (p.229)

You may also like these blogs:
Simone Veil, Une Vie
Robert Badenter, Idiss

Idiss – by Robert Badinter

Idiss

Idiss was the grandmother of the French well-known politician Robert Badinter. He wrote this book in her honour. It offers both a moving family history and perspectives of jewish and non-jewish Europe. Idiss is an interesting and moving book.

Idiss is the story of a turbulent life that started and ended amidst crises of antisemitism. Badinter’s grandmother was born in 1863 and raised in Bessarabie, Yiddishland: a region ruled by Ottomans, Russians, Roumanians and Soviets, nowadays part of Moldava. Her community were Ashkenazic Jews, most of them living in poor circumstances. Idiss married her great love, Schulim.

The atmosphere in Bessarabie is threatening towards Jews, discriminating against them in many acts. In 1903 a terrible pogrom takes place, killing 50, wounding 100s, looting and destroying shops and houses. The two sons of Idiss and Schulim leave for Paris, to start a new life. They are quite successful and in 1912, Idiss, Schulim and daughter Chifra – Badinter’s mother – follow their track. Imagine what that journey meant for Idiss who never left her village before.

Robert Badinter shows how France was seen as a paradise through the eyes of the inhabitants of Bessarabie. Yes, there was the antisemitic affaire Dreyfus but Dreyfus was nevertheless protected by the law and the values of the République Française (‘laïque’) and famous French people stood up for him. So from the perspective of the Yids in Bessarabie the proverb ‘living like a Jew in France’ remained attractive.

Badinter describes the situation of Jews in France in the first half of the XX century as a place where they were considered as French in the first place: being Jewish was their religion: “citoyens français de confession israélite” (p.39). Simone Veil in her biography gives a similar vision. It is interesting to read how French society dealt with the Jewish citizens, rich like Rothschild and Citroën and poor like Idiss and Schulim.

Badinter gives more nuanced insights later in the book (p. 61-64) explaining how Jews were envied or despised by the French, suspected for plots to dominate the world and not considered as ‘real’ French: “Pour eux, les juifs avaient beau donner tous les gages du patriotisme, ils n’en demeuraient pas moins d’étrangers sur la terre de France, plus hospitalière dans ses lois que dans les coeurs” (p.62-63).

He tells that the Jewish community was not homogeneous like antisemitic pamphlets suggested and that there was some kind of zionist movement but that most “Israélites français” considered it more of a fantasy than a real dream, saying: “Un sioniste est un juif qui paye un autre juif pour envoyer un troisième juif en Palestine” (p.63).

Idiss

I cannot simply resume this book as it has several layers. The language used is beautiful and suits the life of Idiss that was pure and loving. Many happy years are described, a great pleasure to read. The different developments in the family are very interesting and by times amusing. In 1942, the end of the book, Idiss dies. It is 2nd World War also in France and there is only one son, Naftoul, present at the funeral; the rest of the family is hiding, hoping to escape the Holocaust that is in full development. Naftoul is arrested soon after the funeral and dies in Auschwitz. Badinter’s father dies in Sobibor. The book Idiss leaves you with the same feeling as the first chapters of the biography of Simone Veil: you are just living your life, working, trying to do good things and be happy, and then you get persecuted for how others see you: as a Jew and a Jew only. They want you to die for that reason.

Idiss is very refined in language, lovely to read. Moreover Badinter succeeds to describe times, insights and places that are not common knowledge in Western-Europe. In the Netherlands, Sephardic customs and contributions have traditionally dominated more than Ashkenazic experiences (see also this book). Idiss can enrich your views of the European society and European diversity.

More about Idiss in this (French) blog.

You may also like these blogs:
* Anne Frank House Amsterdam: remembrance and reflection
* Grandfathers, Jews and the impulse to act

Aubeterre Underground Church

aubeterre underground church

Aubeterre Underground Church of Saint Jean is an amazing site. The church was carved out of the rocks from the upper side downwards. The crusader Pierre II de Castillon lived in the castle above it and reserved the best spot for himself, with view on the copy of the Holy Grave in Jerusalem. Now you can visit this spot and see what he saw in the XIIth century.

aubeterre underground church 2

Aubeterre Underground Church of Saint Jean is also called the Monolithic Church as it was carved out of the limestone rocks, however not out of a single rock. Still it is one of the largest rock-hewn churches in Europe. There is some discussion about the origin but the main carving job was done in the XIIth century by Benedictine monks. The way to carve it, from the upper side downwards, was influenced by early churches that can still be found in Turkey’s Kappadokia. On their way to Jerusalem the crusaders must have past this region and be inspired by the way they were created and brought this idea back to France.

baptismal font aubeterre

The work took 10 years. 9000 m3 of stone was removed! The church  is  27 meters long, 20 meters high and 16 meters wide. In the middle of the floor you can find a beautiful baptismal pool, carved in the form of a Greek cross. Aubeterre Underground Church was hidden for centuries by a rock fall, and only rediscovered in the 1950′s.

aubeterre underground church entrance

Imagine the first people entering the site; their mouths must have fallen open. They might have lived next door for years without any idea of the miracle that was created there in medieval times. See also this photograph I took at the entrance: if that had not been built, one could easily pass the church unnoticed.

aubeterre underground church from above

Aubeterre Underground Church has enormous high rounded vaults which tower above a monumental reliquary in the form of the holy sepulchre in Jerusalem. The religious artifacts are no longer there. They were brought to Aubeterre-sur-Dronne from Jerusalem by Pierre II de Castillon, crusader and lord of the castle situated above the church. There is an entrance through the rocks to go from the castle down to the deambulatory in the vaults of the church.

aubeterre underground church view ofjerusalem sepulture

Visitors actually enter the church from downstairs and take stairs to go up to the deambulatory that is perched beneath the vaults. Here is the perfect spot where Pierre II as the lord of the castle could overview the whole church. Seeing the holy sepulchre from here creates a highly spiritual ambience. However, the deambulatory is also home for bats. Don’t let it influence your spiritual experience!
Aubeterre-sur-Dronne lies on the road to Santiago de Compostella and always had many pilgrims passing to see the relics.

necropolis aubeterre underground church

Once back downstairs, don’t forget to have a view at the ‘cemetary’, on the side of the church: a complete necropolis that is also hewn out of the rock. It shows the popularity of the church and the holiness it had for visitors and inhabitants. All the graves head in the direction of Jerusalem.

road sign aubeterre underground church