If you can’t stand the heat…

Op zaterdagochtend 18 september heeft de VVD-fractie Noord-Holland bij meerderheid van stem besloten mij uit de fractie te verwijderen. Wat was hiervoor de aanleiding?

if you can't stand the heat...

De VVD in de coalitie Noord-Holland
Het pad van de VVD Noord-Holland is spannend omdat gekozen is voor een ‘linkse’ coalitie (met Groen Links, PvdA en D66). Voorliggende besluiten leiden VVD-intern soms tot de nodige vraagtekens en discussie. Niet iedereen is in gelijke mate blij met of geïnteresseerd in die vraagtekens en discussie. Mij is meerdere keren te verstaan gegeven dat ik nog eens moest nadenken of ik wel geschikt ben als politicus; enerzijds omdat gedeputeerde Loggen vindt dat ik mijn vraagtekens niet of onvoldoende onderbouw, anderzijds omdat ik mij inzet om de stijl en cultuur waarbinnen de discussies plaats vinden te verbeteren en omdat ik ervoor pleit meer met ‘het VVD-veld’ samen te werken in een meer verbindende bestuursstijl in plaats van keer op keer tegenover elkaar te staan in kranten en andere publieke media.

Loyaal aan de VVD
Ik heb mij nooit in het openbaar over deze intern gevoerde discussies uitgelaten. Op het moment dat de fractie standpunten naar buiten bracht, heb ik altijd loyaal het VVD fractiestandpunt, het VVD verkiezingsprogramma en het NH coalitieakkoord gesteund. Dus de intrigerende vraag komt naar voren, waarom uit de fractie gezet?

De wortel of de stok
Op 24 augustus bespraken we als fractie het provinciale Masterplan Wonen dat een oplossing moet bieden voor de enorme woningnood waar onze provincie voor staat. Dit Masterplan bevat opties voor grondbeleid en/of een woning-opkoopprogramma voor tenminste 100 miljoen elk (geen provinciale kerntaken), in de context van provinciebeleid waar mobiliteit en infra (wel provinciale kerntaken, en mijn portefeuille) onder druk staan: reeds 214 miljoen aan mobiliteitsreserves is in deze coalitieperiode omgebogen naar andere beleidsterreinen en 151 miljoen wordt daar met de komende begroting nog aan toegevoegd, naast de tientallen miljoenen die gereserveerd waren voor concrete projecten die inmiddels zijn gestopt of ter discussie worden gesteld. Ook het Masterplan Wonen kent een mobiliteitsparagraaf waar ik kritische vraagtekens bij had. Gedeputeerde Cees Loggen gaf ergens in de discussie aan dat de provincie werkt ‘met de wortel en niet met de stok’. Ik antwoordde dat dat in het veld nog weleens anders wordt ervaren. De gedeputeerde reageerde als door een wesp gestoken. Hij onderbrak mij en vroeg om een voorbeeld. Toen ik dat zo gauw niet wilde noemen, begon hij een in mijn ogen fel betoog waarin hij zei dat ik geen voorbeeld gaf omdat ik dat niet kon, en dat ik vaker ononderbouwde meningen en standpunten heb en dat dat niet passend is voor een VVD statenlid. Ik heb meteen aangegeven dat ik de sfeer waarin wij vergaderen niet passend vind en dat het voor mij zo niet gaat. In (app)overleg met de fractievoorzitter de volgende dag kwamen we overeen dat ik zou proberen een uitpraatgesprek hierover te hebben met gedeputeerde Cees Loggen. Dit gesprek werd gepland op 17 september.

Vervolggesprek via de app
In de fractievergadering van 7 september (de gedeputeerden waren afwezig wegens een ander overleg) heb ik aangegeven dat ik deze cultuur niet lang meer verdraag. Er vond een mij onbekende terugkoppeling plaats uit die fractievergadering naar gedeputeerde Cees Loggen en dat leidde ertoe dat hij mij appte op 9 september dat hij niet meer met mij persoonlijk wilde praten omdat dat ‘geen zin zou hebben’. Hij gaf daarin ook aan dat de voorzitter van het bestuur van de VVD Noord-Holland bij de afspraak aanwezig zou zijn, zonder dat ik daarin zeggenschap of keus had. Op grond van welke informatie of motivering wilde hij niet zeggen, net zo min als wie hem de terugkoppeling had gegeven. Mijn aandringen op een gesprek van mens tot mens, omdat dat volgens mij de beste manier is om er samen uit te komen, legde hij terzijde. Toen ik op 13 september aangaf dat ik vanwege het belang van de kwestie de afspraak dan toch wilde laten doorgaan en dat ik mij daarbij wilde laten ondersteunen door een vertrouwenspersoon, zegde hij de hele afspraak af en appte de zaak voor te leggen aan fractie en bestuur.
Ik heb laten zien dat ik geen gedoe wil voor de VVD en de zaak persoonlijk met gedeputeerde Cees Loggen wilde uitspreken en dat is mij niet gegund.

Niet eens een vonkje maar een herhaling van zetten
In de wandelgangen van de Provinciale Statenvergadering op 13 september sprak de fractievoorzitter mij aan. Gedeputeerde Loggen had om een fractievergadering gevraagd op korte termijn. Hij stelde voor zaterdagochtend 18 september om 9 uur. Ik beloofde er te zijn. Daarop lichtte hij alle aanwezige fractieleden in dat er zaterdagochtend een extra fractievergadering zou zijn.
Aan het begin van de vergadering op 18 september meldde de fractievoorzitter dat hij de agenda gisteren had rondgestuurd, ik had die niet ontvangen. Hij bleek in ibabs, het documentsysteem te zijn gezet. Ook meldde hij dat er twee fractieleden afwezig waren maar dat ze telefonisch standby waren aan het eind als dat nodig zou zijn. Wat weten zij dat ik niet weet, vroeg ik me af, waarvoor moeten ze standby zijn? Bij mij nam de spanning toe. De fractievoorzitter gaf mondeling een uitgebreid ‘feitenrelaas’ weer vanaf augustus. Ik moest ter plekke instemmen of wijzigingen aangeven. In die spanning en zonder iets op papier te hebben, kon ik dat zo snel niet. Uiteindelijk volstonden we ermee dat het ‘min of meer’ klopte. Daarna volgde een langdurig betoog van gedeputeerde Cees Loggen:

  • Deze discussie moest naar de fractie, aangezien hij van intimidatie wordt beschuldigd door een van de fractieleden met een onderbouwing die kant noch wal raakt;
  • Het gebeuren tijdens de fractievergadering van 24 augustus was niet eens vonkje maar een herhaling van zetten. Hij heeft Grethe al een aantal keren moeten aanspreken op uitspraken zonder onderbouwing. Hij zal blijven ageren tegen uitspraken zonder onderbouwing, zonder aanziens des persoons. Dat zegt hij niet alleen als VVD-lid maar ook als partijleider.
  • Hij gaat nooit meer een 1 op 1 gesprek met Grethe, ook niet 1 op 1 telefonisch of schriftelijk. Hij voelt zich niet veilig bij iemand die zo makkelijk het woord intimidatie in de mond neemt en zo makkelijk in de slachtofferrol gaat. Van een normale werkverhouding is geen sprake meer. Hij loopt voor niets weg maar hier loopt hij voor weg en dat vindt hij bizar.
  • Er zit bij Grethe geen steile leercurve in. Alle coaching is tevergeefs. In de 24 jaar dat hij politiek actief is, 12 jaar als dagelijks bestuurder en 10 jaar als fractievoorzitter, heeft hij dit nog nooit meegemaakt. Iedereen is coachbaar, op 1 individu na.
  • In de coalitie / Gedeputeerde Staten vormt Grethe gelukkig geen probleem als ze iets zegt want dat wordt afgedaan met ‘ach het is Grethe maar’. Collega-gedeputeerde Esther Rommel kan dat bevestigen. Dat is voor je geloofwaardigheid als politicus killing en voor het aanzien van de VVD fractie niet goed. Verder wordt elk van de fractieleden gerespecteerd, er wordt met gezag en respect naar een ieders inbreng geluisterd.
  • Hij leest, godzijdank in het provinciale sufferdje, dat Grethe de bestuurscultuur wil veranderen, terwijl de VVD hoofdverantwoordelijke is voor bestuurscultuur. De vraag wat je als VVD wil veranderen, die kan Grethe niet onderbouwen. Hij heeft geen enkel voorstel gezien om de bestuurscultuur te veranderen, maar het wordt wel opgetekend in een vraaggesprek met de provinciale communicatiemedewerker.
  • Hij constateert dat de VVD 8 teamspelers heeft maar 1 niet. Dit kan de fractie niet langer laten voortbestaan.

Toen was ik aan de beurt
Daarna kwam ik aan de beurt om een respons te geven op deze lange lijst. Ik moest mij nu voor de voltallige fractie verdedigen voor de (ervaren) intimidatie die ik in de beslotenheid met de gedeputeerde persoonlijk had willen bespreken. Dat heb ik slecht gedaan. Ik kwam niet veel verder dan aangeven dat ik mij steeds aan het verkiezingsprogramma en het coalitieakkoord heb gehouden, en dat ik verder het oordeel aan de fractie liet. Individuele fractieleden hebben op dat moment zeker pogingen gedaan meer informatie uit mij te krijgen, echter, de gedeputeerde had de vertrouwensvraag al op tafel gelegd en mijn woorden werden op een goudschaaltje gewogen.
Mij is nog wel gevraagd of ik mij in deze setting ook geïntimideerd voelde waarop ik ‘ja natuurlijk’ heb gezegd. Dit leidde tot de conclusie ‘if you can’t stand the heat, then stay out of the kitchen’. Mij is gevraagd uit de fractie te stappen, ik wilde dat niet, ik ben al 20+ jaar (en nog steeds) overtuigd en enthousiast VVD-lid. Daarop ging men over tot stemming en werd mij medegedeeld dat ik niet langer deel uitmaakte van de fractie.

Waarom ben ik uit de fractie gezet?
Het patroon hier is dat tegengeluid, zoals door mij verwoord op mobiliteits- en financieel gebied, als lastig wordt ervaren, dat daar bij gedeputeerde Cees Loggen irritatie over ontstaat, dat er eerst een gesprek wordt gepland 1 op 1, dat hij op voor mij onbekende gronden iemand mee wilde nemen, dat ik vervolgens een vertrouwenspersoon mee wilde nemen waarna hij het hele gesprek niet meer wilde. Vervolgens vertelt hij zijn verhaal bij de fractie en word ik onvoorbereid voor de fractie gezet. Ik geef aan voor de VVD te staan maar de bestuurscultuur te willen veranderen. Dit is een voorbeeld daarvan, namelijk het op macht acteren, en zo werd ik uit de fractie gezet zonder dat ik iets gedaan heb tegen de VVD, integendeel.

Conclusies

  • Manage de fractie en relaties niet via app.
  • Ook als politieke discussies om personen lijken te draaien, dan zit er wel degelijk inhoud onder.
  • Als iemand intimidatie ervaart en dit persoonlijk en met ondersteuning van een vertrouwenspersoon wil bespreken, dan werkt het niet om het in plaats daarvan in de voltallige fractie te bespreken.
  • Bestuurscultuur doet er meer toe dan je misschien denkt. Quod erat demonstrandum.

De politieke memoires van Ruud Lubbers

de politieke memoires van ruud lubbers

Haagse jaren, de politieke memoires van Ruud Lubbers door Theo Brinkel

De politieke memoires van Ruud Lubbers geven de lezer een gevoel van ongeduld, daadkracht, visie en vriendjespolitiek. Lubbers weet in de jaren ’80 een verzwakt Nederland erbovenop te helpen omdat hij weet waar het naartoe moet én dit weet te realiseren. Onvermoeibaar is hij dag en nacht aan de slag, hier duwend, daar meedenkend, daar creërend, bondjes sluitend met de juiste personen op het juiste moment. Het contrast met de biografie van Wiegel is groot. Waar Wiegel zich stap voor stap een weg probeert te vinden in een wereld waar hij niet uit voort komt en die hij niet kent – hetgeen hij overigens uiterst slim en in hoog tempo doet – is Lubbers vanaf het begin onderdeel van de gevestigde orde en de ‘old boys’. Hij lijkt als het ware voorbestemd om zijn positie in Den Haag voor het landsbelang in te nemen. Doelgericht zet hij zijn stappen. Daarbij moet hij ook teleurstellingen wegslikken zoals wanneer Van Agt lijsttrekker wordt terwijl hijzelf dit eveneens ambieerde. Jaren moet Lubbers wachten en meebewegen tot hij zelf de positie van lijsttrekker weet te verwerven en zijn volle potentieel kan ontplooien. Tot die tijd houdt Van Agt, daarbij ondersteund door Wiegel, de deur voor hem dicht. Maar Lubbers heeft visie en dat geeft uiteindelijk de doorslag.

Een deel van de politieke memoires van Ruud Lubbers over de Haagse jaren zijn saai door het ontbreken van interessante anekdotes. Soms gaat Lubbers in op kritiek die hij heeft gekregen maar die je als lezer niet per se kent, zodat je niet precies weet op welk verwijt hij reageert. De memoires lijken ook een stukje rechtvaardiging van zijn denken en handelen. Ze lijken doordrongen van de wil van Lubbers om het goed te doen en het goede te doen. Lubbers zit daar voor Nederland en schildert hoe hij stap voor stap het land uit de crisis weet te halen. Hij geeft veel inzage in hoe de zaken zijn gegaan en welke ingrepen allemaal hebben geleid tot verbetering en vernieuwing.

Over Lubbers persoonlijk vernemen we minder. We leren hem kennen als een echte katholiek, wat lijkt te betekenen dat je de zaken niet strak en principieel interpreteert en ruimte laat aan anderen. De morele vinger die vanuit de protestante hoek in het CDA nogal eens geheven wordt, roept bij Lubbers vooral verwondering op. Het is onverdraagzaam en onnodig en creëert disharmonie. De in de memoires geschetste werkwijze van Lubbers heeft iets ongrijpbaars. Onmerkbaar trekkend en duwend en voortdurend onderhandelend werkt Lubbers aan een Nederland waarin het bedrijfsleven kan floreren zodat er weer werk ontstaat voor de vele werklozen en de overheidsfinanciën op orde geraken zodat de welvaartstaat – in bijgestelde vorm – overeind kan blijven.

‘Daarbovenop gaat het niet alleen om wat intellectueel, of analytisch zuiver is, maar ook om de vraag of je het uitgelegd kunt krijgen. Niet aan iedereen, maar aan voldoende mensen, om erin te kunnen blijven geloven. Je houdt het politiek niet vol als je zelf de enige bent, die van zijn gelijk overtuigd is. Het innemen van een bepaalde positie is mede gerelateerd aan de percepties van anderen. Daardoor zie je jezelf zo nu en dan voor dingen staan, waar je later niet meer in gelooft. Ik verdedig in de eerste helft van de jaren tachtig de toeslagen voor de zogeheten echte minima. Dan de meerjarige echte minima. Dan de échte, échte, échte minima. Het blijkt later een onding, maar we winnen er de tijd mee die we nodig hebben. Het is een tijdlang de enige droge tegel in de modder. Je kunt er even op staan, tot ook die langzaam wegzakt. Daarmee is het thema op zichzelf niet zonder zin geweest. Vanuit de absolute, ethische criteria van links en ook wel christelijk-sociale uitgangspunten wordt dan toch in ieder geval erkend dat je je best doet.”

Bovenstaand citaat komt uit hoofdstuk 12, ‘De overbelaste democratie’ wat ik sowieso het interessantste hoofdstuk vond. Burgers hebben heel hoge verwachtingen gekregen van de overheid en de overheid kan die niet waarmaken. Hoe herkenbaar, ook nog in 2021! Interessant is daarbij dat ook de internationale verdragen reeds in Lubbers’ tijd opdoemen; Nederland heeft die ondertekend met een andere bedoeling dan de betekenis die ze in de jaren ’80 krijgen – mede op basis van rechterlijke uitspraken. En er is veel gedoe over de strafmaat van criminelen, en over het feit dat die beter beschermd lijken te worden dan burgers. Wetgeving, bestuur en rechterlijke macht zijn overbelast, constateert Lubbers. Het gaat te ver dit hoofdstuk diepgaand te beschrijven hier maar het leidt tot een pleidooi aan de politiek om verantwoordelijkheid te delen met burgers en groepen burgers. De tegenargumenten die dat oproept (‘de overheid moet gewoon zijn werk goed doen’ ‘geen verworven rechten van burgers aantasten’ en ‘moraliserend’) zou je heden ten dage ook zo kunnen horen. Het lijkt daarmee wel of de politieke problemen tijdloos zijn en onderdeel van het bestel. Ademloos las ik zinnen die in 2021 geschreven hadden kunnen zijn:

“Te veel speelt zich af onder de broeierige kaasstolp aan het Binnenhof. De politicus heeft de neiging de burger te vertellen wat hij belangrijk moet vinden in de politiek, terwijl eigenlijk de burger zelf uitmaakt wat belangrijk is in de politiek”.

Wijze woorden, en tegelijk intrigerend want als je de biografie van Wiegel leest, staat die veel dichter bij de burger dan Lubbers voor wie alle contacten ‘in de bovenlaag’ lijken te zitten. Heel interessant is verder Lubbers’ observatie dat bewindslieden die weinig doen, weinig kritiek krijgen. En dat de Kamer controleert op fouten – die je maakt als je juist wel veel doet – en niet op gebrek aan activiteiten. “De risicomijdende bewindspersoon zit veiliger dan de actieve”. Hoe staat dat ervoor in 2021? De vraag stellen is….

Uit hoofdstuk 12 wordt ook duidelijk dat de bestuurscultuur met strakke afspraken in coalitieverband uit deze tijd stamt. Er is heel veel overleg. Waar in de tijd van Wiegel het kabinet tegenover de Kamer staat, staat nu het kabinet met de regeringsfracties tegenover de oppositie. Dat brengt ons bij het thema ‘tegenmacht’ dat in 2021 vooral vanuit Pieter Omtzigt hoog op de agenda is gezet. Daarover in een andere blog meer.

Lubbers zelf vindt overigens niet dat hij te monistisch was en afspraken in coalitieverband dicht timmerde. Hij geeft daarover een kenmerkend Lubberiaans betoog. ”Je wordt als excuus gebruikt door mensen (…) die zeggen dat ze ergens niet onderuit kunnen, omdat er een afspraak in het Torentje is gemaakt. Terwijl dat helemaal niet waar hoeft te zijn, omdat ik bijvoorbeeld afspraken maak die de eigen verantwoordelijkheid onverlet laten”.

Al met al zijn de politieke memoires van Ruud Lubbers een interessant boek met ups en downs qua spanningsgehalte voor de lezer. Een aanrader voor wie zich wil verdiepen in het tijdperk Lubbers en in diens zeer doordachte visies vanuit een besef en verantwoordelijkheid van de christelijke politiek.

Geïnteresseerd in meer?
Lees ook mijn blogs over de biografieën van de unieke Franse en Europese politica Simone Veil, van president Francois Hollande en van VVD-coryfee Hans Wiegel.

Hans Wiegel – de biografie

hans wiegel

Hans Wiegel – de biografie, geschreven door Pieter Sijpersma – verteld door Co de Kloet

In coronatijd maakte ik menige wandeling in het uur voorafgaand aan de avondklok, en daarbij was het luisterboek van Hans Wiegel een welkome gezel. Terwijl ik door de Jordaan liep of langs de grachten of door de Houthavens en het Westerpark, vertelde de warme rustige stem van Co de Kloet mij van alles wat ik nog niet wist over de politiek in de jaren ’60, ’70 en ’80. Het aardige van de biografie van Hans Wiegel is dat die deels ook een cultuurschets is: per decennium is er een beschrijving van gewoonten en ontwikkelingen in de Nederlandse maatschappij waardoor je de politicus Wiegel kunt waarnemen in de context van die tijd. De opkomst van Wiegel in de politiek valt bijvoorbeeld samen met de opkomst van de televisie. De grote ambitie van Wiegel om van de VVD een volkspartij te maken en zijn onvolprezen talent om complexe kwesties uit te drukken in gewone-mensen-taal combineren natuurlijk uitstekend met het gegeven dat hij live op televisie te zien is voor het gewone volk voor wie de televisie een nieuwe wereld opent. Zo brengt hij de politiek daadwerkelijk dichterbij de Nederlanders en zorgt hij voor een flinke groei in VVD Tweede Kamerzetels. Hij maakt zijn ambitie om van de VVD een volkspartij te maken waar.

Intrigerend is het om te zien hoe iemand op 25-jarige leeftijd in de Tweede Kamer komt en al heel snel doorgroeit tot partijleider. Hij meet zich gemakkelijk met de ervaren Joop den Uyl die in dit boek als zeer intelligent en opvallend innemend wordt beschreven. Wiegel voerde fel oppositie tegen het kabinet Den Uyl en volgens deze biografie kon Den Uyl dat waarderen. Den Uyl debatteerde graag tegen Wiegel, ten overstaan van volle zalen. Over het nog steeds vaak op televisie getoonde fragment waarin Wiegel zegt dat Sinterklaas bestaat en – wijzend naar Den Uyl – aangeeft ‘daar zit hij’, waarop de hele zaal in schaterlachen uitbarst, heb ik altijd aangenomen dat Den Uyl zich voor gek gezet had gevoeld. Maar die kon erom lachen en genoot van de rumoerig verlopen avond. Inhoudelijk stonden ze zover tegenover elkaar dat er nooit een coalitie uit kon voortkomen, maar dat stond het contact als mens en politicus niet in de weg. Een mooi voorbeeld voor de huidige tijden waarin politici een hekel hebben aan anderen en hen domweg ‘weg wensen’; iets wat natuurlijk niet gebeurt en alleen maar tot verzuring in de verhoudingen leidt.

Sowieso is de opgewektheid van Wiegel een mooie leidraad die door het hele boek loopt. Wiegel zorgt goed voor zichzelf. Zo houdt hij van stijl wat tot de herintroductie van een koets met paarden bij zijn ministerschap van Binnenlandse Zaken leidt en hij houdt van een sigaar en een borrel waar op het ministerie in voorzien wordt. Daarbij is hij dan ook tolerant voor anderen en heeft er begrip voor dat die andere dingen belangrijk vinden. Er zijn mensen die zichzelf beperken en dan vinden dat anderen dat ook moeten doen – Wiegel beperkt zichzelf niet en geeft anderen ruimte. Dat dat opvalt, is veelzeggend.

Het hele proces tussen regering en Tweede Kamer in de tijd van Wiegel komt chaotischer over dan in de strakke coalities van de laatste decennia: dan is die weer ergens tegen en dan werkt die weer niet mee. In het CDA hebben ze zelfs een groepje dissidenten waar de coalitie die Wiegel’s VVD vormt met Van Agt’s CDA de nodige hinder van ondervindt. Hoe dan ook is er respect voor de positie van volksvertegenwoordigers, ook al lijkt de coalitie zich daardoor al stotterend naar het einde te begeven en worden belangrijke grote veranderopgaven te weinig gerealiseerd.

Wiegel beseft als geen ander dat politiek ook een vorm van theater is, en dat de kiezer de mensen in Den Haag wil kennen en het fijn vindt als er wat te beleven valt. Veelvuldig is hij in het nieuws te vinden en in vergelijking met tijdgenoten toont hij ook meer van zijn thuis en zijn persoonlijk leven. De mensen smullen ervan. Velen verwijten hem ijdeltuiterij en ongetwijfeld is dat terecht maar dit is ook waar: Wiegel minacht niemand, hij behandelt iedereen met respect ongeacht of die persoon een hoge of een lage functie heeft. Hij zit niet opgesloten in een ivoren toren van macht en regeren en heeft oog voor de gewone man. Juist de eigenheid van Wiegel en zijn onorthodoxe stijl vormen zijn kracht. Dat hij ondertussen weinig visie toont, werkt eerder in zijn voordeel: het biedt anderen die met hem moeten samenwerken, ruimte om dat in te vullen. Zo is een consequente liberale koers minder te herkennen bij Wiegel. Aan de andere kant weet Wiegel datgene wat hij vindt, veel beter te verkopen dan menig ander in die (en de huidige) tijd. Het verbaast niet dat Wiegel tot op heden een grote publiekslieveling is.

Wiegel vormde een hechte twee-eenheid met Van Agt. De vele voorbeelden in het boek over hoe het toeging in de tijd dat Van Agt premier was en Wiegel vicepremier laten zien dat het vertrouwen tussen die twee heel groot was. Ook toont het hoe gemakkelijk Wiegel de gaten wist te vullen die Van Agt liet vallen. Van Agt lijkt niet te hebben overgestroomd van ijver of hij vond zijn functie niet leuk genoeg – met een volledig loyale houding kreeg Wiegel de kans problemen aan te vatten die eigenlijk bij de premier hoorden. Hij deed het met een zeker gemak en overwicht, ongetwijfeld wetend dat hij het ambt van premier had kunnen doen met zijn talent als zijn partij groot genoeg was geweest. Op de achtergrond is de opkomst van Lubbers te zien die veel meer kan en weet en wil dan Van Agt. Lubbers probeert constant een voet tussen de macht te krijgen. Van Agt en Wiegel gunnen hem die ruimte niet maar uiteindelijk is Lubbers toch degene die het stokje van Van Agt overneemt. Dat wordt een periode van grote veranderingen, waarover ik in de volgende blog schrijf: Haagse jaren, De politieke memoires van Ruud Lubbers.

30 uur heb ik moeten wandelen om dit luisterboek Hans Wiegel – de biografie uit te krijgen en het was van begin tot eind de moeite waard. Als je niet wilt wandelen, koop dan het boek in de boekhandel of op je e-reader: van harte aanbevolen.

Ribbius Peletier-penning 2021

Ribbius Peletier-penning

Toen ik het persbericht van de provincie Noord-Holland las, kon ik mijn ogen niet geloven: Sylvana Simons krijgt Ribbius Peletier-penning 2021.

De jury is van oordeel dat Sylvana Simons een onderscheiding verdient omdat zij een voorbeeld is voor de volgende generatie vrouwen” meldt het persbericht “en omdat zij zich publiekelijk uitspreekt over de combinatie van seksisme en racisme en zo sociale onveiligheid in de politiek bespreekbaar maakt. De bewustwording waar zij aan bijdraagt is belangrijk. Want de verharding van het politieke debat die we de afgelopen jaren zien, kan vrouwen afschrikken om deel te nemen aan de politiek.”

Met de uitreiking van een onderscheiding wil je naar mijn mening een bepaald gedrag en een bepaalde beweging stimuleren. Door deze toekenning werkt de provincie Noord-Holland mee aan wat het handelsmerk van Simons is: polarisering brengen en doen of het normaal is om altijd en overal eerst te denken in termen van kleur – waarbij wit ook een kleur is – en in termen van groepen. Daarom neem ik als Statenlid van de provincie Noord-Holland nadrukkelijk afstand van deze toekenning. Ik licht dat hier toe.

Simons is een vrouwelijke Wilders, een sterke debater die haar punt weet te maken over de groepsindeling van mensen in de vorm van identiteitspolitiek. Door de kracht van herhaling weet ook zij een verrassend groot aantal mensen te overtuigen van haar visie, dat vooral kleur en tevens sekse allesbepalende factoren zijn in relaties tussen mensen en in de inrichting van de samenleving: factoren waar geen ontsnappen aan is. Dat dit haar persoonlijke ervaring is, vormt geen probleem – het probleem start bij de veralgemenisering van die ervaring, en de vele aanvaringen die ontstaan in haar contacten met mensen die blijven hechten aan hun eigen ervaring. Simons raakt verwikkeld in het ene conflict na het andere en draagt net als Wilders bij aan de polarisatie in de samenleving. Dat mag, maar het is geen voorbeeld.

Ons democratisch stelsel biedt gelukkig ruimte aan opvattingen in een zeer breed spectrum: Wilders heeft zijn plek in dat stelsel net zoals Simons dat heeft. Wilders wordt al vele jaren zwaar beveiligd en ook Simons heeft een enorme lading aan bedreigingen, racisme en seksisme over zich heen gehad. Dat is een zeer donkere kant in onze democratie waar we ons met kracht tegen moeten verzetten. Het is dieptriest dat volksvertegenwoordigers beveiliging nodig hebben om hun werk te kunnen doen. Alle middelen die daarvoor maatschappelijk ter bescherming worden aangewend, zijn terecht evenals educatie die ons hopelijk verder brengt in het kunnen omgaan met meningsverschillen – ook als het om uitersten gaat.

Simons heeft recht op haar aanpak, echter, dat is iets heel anders dan een officiële provincieprijs aan haar gaan uitreiken als voorbeeldvrouw. De regels voor de uitreiking van de penning behelzen immers de voorwaarde dat betrokkenen van onbesproken gedrag zijn. Dat is hier niet het geval. Een dergelijke toekenning van de Ribbius Peletier-penning maakt de provincie Noord-Holland tot een actievoerend orgaan: zijn mensen die het conflict en de polarisatie opzoeken, het voorbeeld dat wij als provincie willen stellen? Blijkbaar wel. Als Statenlid neem ik daar nadrukkelijk afstand van.

Wie moeten we dan nomineren? Ik weet wel iemand: Wil van Soest. Een vrouw die geboren en opgegroeid is in de tijd dat je als vrouw in dit land nog geen eigen verantwoordelijkheid mocht dragen. Als je een bankrekening wilde openen, moest je toestemming van je man hebben en als je ging trouwen, gaf de overheid je ontslag. Een vrouw die zich daardoor niet liet ontmoedigen, die nu over de tachtig jaar oud is en nog steeds politiek actief. Die anderen heeft gestimuleerd hetzelfde te doen, ongeacht hun afkomst of kleur, en dat nog steeds doet. Zie hier de 1 minuut-video van de ‘onderscheiding’ voor deze vrouw, haar toegekend door Simons: https://youtu.be/OGGvzHRPC0Q .

Les Leҫons du Pouvoir, Lessons of Power

Les Leҫons du Pouvoir

Les Leҫons du Pouvoir, the Lessons of Power is an extensive book by Franҫois Hollande, French President 2012-2017. Books by politicians in high positions are always promising as they reveal the work done behind the curtains of media spotlights. The 500 pages of Les Leҫons du Pouvoir are only partly filled with interesting facts and events. Much of it is a description of his views, his convictions. However, there are very interesting sections that make it worth reading.

Les Leҫons du Pouvoir give the impression of a President who sees himself as a unique statesman in the first place. At some moments you think, my goodness, the ego! Then at other moments Franҫois Hollande surprises by his devotion to France, his willingness to serve, his claims of integrity and deep rooted values of liberté, égalité and fraternité. He is clearly a person who was in public positions all his life with large experience and well-founded visions.
Nevertheless his reflections hardly inspired me, maybe because of the over-abundant language he uses. Or it might be his style that is rather defensive: mentioning the arguments of his opponents to put his own arguments forward, stating how his economic measures really brought his country forward. Big events like the attacks of Charlie Hebdo, the Bataclan, Nice are described but on no occasion was I as a reader ‘into’ the subject – of course not every secret can be revealed in dealing with security but he could have said more that he does. The same goes for the international visits he made, or the negociations leading to the Paris climate agreement. Les Leҫons du Pouvoir concentrates on economy, the labour market, pensions and many other internal politics, although this presidency occurred in a period and country that moved many people worldwide.

A difficulty for a non-French reader is that Les Leҫons du Pouvoir never explains the French political system or institutes, nor the abbreviations used; also names of politicians are assumed to be familiar. This book is clearly not written for the international scene although its writer underlines on several occasions that France is a major player in the international community. Franҫois Hollande focuses on the international powers that he sees as relevant to the greatness and influence of France: Germany, the USA, China, Russia. A country like the Netherlands plays no role in his memoirs.

Les Leҫons du Pouvoir

Some of the interesting sections I particularly liked:

  • His admiration of the courage of the police officer who entered the supermarket where people were taken hostage by terrorists: ‘ses chances de survie étaient bien faibles. Il n’a pas hésité une seconde’.
  • His thoughts about trust as key to the state – a lack of trust can make democracies stagger
  • The moment Barack Obama, Mario Monti and Franҫois Hollande try to grill Angela Merkel about euro politics; they want her to accept ‘growth over cuts’. She holds strong and follows her own road.
  • His descriptions of several occasions that he wants to do or show something which is interpreted differently afterwards. For example he pays a visit to a château that has been available for all presidents’ holidays, and he walks with his partner to the beach as he wishes to have a ‘présidence normale’ but he is highly criticized – what he wants to do and express is not how the media and/or the public view it. It shows the complexity of power in relation to how it is perceived.
  • The endless European gatherings; 28 people all get 5 minutes to talk in the first round which is already long, however when the Portuguese prime minister takes half an hour, he is not interrupted by the chair… He considers that it is the longlasting European peace that causes the boredom: ‘à moins que ce ne soit l‘ennui lui-même qui garantisse  la paix’. One of those observations that form the pearls in this book!
  • How the debate about taking away the nationality of terrorists became impossible because it remembered the French to WWII and the Vichy regime that took away the French nationality from Jews and resistance fighters – the proposal is withdrawn.
  • The story of one of his ministers (‘l’affaire Cahuzac’) who is very convincing when lying to Franҫois Hollande with open eyes about his innocence, full of indignation. That is an incredible story and shows how difficult his job has been.
  • His relation to Emmanuel Macron, how it started, how it grew, and how it developed with Emmanuel Macron running for president, leaving Franҫois Hollande many steps behind in the political game.
  • The selection of the members of his government and the different fights they have, although the insights he gives do not explain all events concerned.

This book is about lessons learned about power, so I like to finish with 4 lessons:
1. Choose your battles – ‘à vouloir intervenir sur tout, on ne pèse sur rien’ (p. 70)
2. What counts is not the time spent to come to a decision but the traces the decision leaves in the long run (p.70)
3. Do not assume that your personal qualities like sympathy and understanding weigh more in diplomacy than the actual power relations (p.102)
4. Talking is not communicating. Don’t be too present in the media, don’t react to too many questions as people will not see or hear you any more (p.229)

You may also like these blogs:
Simone Veil, Une Vie
Robert Badenter, Idiss

Dank aan de kiezers

heleboel kamelen die samen dicht tegen elkaar aan zitten

20 maart was de dag van de Provinciale Statenverkiezingen 2019: velen gingen naar de stembus, u en jij waarschijnlijk ook. Voor een stem op de VVD wil ik mijn dank uitspreken en in het bijzonder als ik op lijst 1, plaats 12 een voorkeursstem mocht krijgen: superdank!

25 maart kwamen de definitieve uitslagen van de verkiezingen: voor mij geen zetel nu. Wel het prachtige aantal van 2816 voorkeursstemmen: als het alleen aan de stemmen had gelegen, had ik nu in de Provinciale Staten gezeten. Voor een voorkeurszetel waren 5301 stemmen nodig, dus het was echt niet genoeg. Maar het grote aantal is wel opgevallen, dat haal je niet vaak op een plaats nummer 12. Daarmee wordt toch aangegeven dat er groot maatschappelijk draagvlak is voor mijn kandidatuur, zeker ook als je bedenkt dat de eerste 10 mensen op de lijst vanuit de VVD online-campagne actief ondersteund werden en degenen die lager stonden niet. Ik hoop dat er op een later moment kansen zijn om in te stromen en de visie waarop mijn kandidatuur rust in te kunnen brengen. Graag wil ik een ieder die hieraan heeft bijgedragen ontzettend danken voor het vertrouwen!

Stem deze Amsterdammer naar de provincie op 20 maart!

stem deze Amsterdammer naar de provincie
Stem deze Amsterdammer naar de provincie

Tijdens de campagne van de afgelopen weken heb ik veel mensen gesproken: op straat, bij mij thuis tijdens de huiskamerbijeenkomsten, online, bij debatten en andere events. Het is zo belangrijk dat mensen zich vertegenwoordigd voelen door iemand, ook in de provincie. Die persoon wil ik graag zijn.

De provincie Noord-Holland lijkt veraf te staan van bestuurlijk Amsterdam en vice versa. Ik wil de komende jaren werken aan verbinding want alleen zo verbeteren zaken als wonen, toerisme en bereikbaarheid. Ik ben de enige Amsterdamse vrouw op de VVD lijst, én een ondernemer die zich graag inzet voor doeners binnen en buiten Amsterdam.

Een onderwerp waar de provincie niet over gaat maar dat in veel gesprekken werd genoemd: hard werken en weinig geld overhouden door de stijgende kosten van huur, zorgverzekering, boodschappen enz. Daar moet de VVD iets mee want werken moet juist worden beloond. Gelukkig zijn er al mensen opgestaan die met dit thema aan de slag willen. Vanuit de provincie ga ik daaraan bijdragen wat ik kan!

Zie hier mijn YouTube over mijn motivatie, inspiratie van mijn betovergrootvader!
Zie hier mijn YouTube ‘Stem deze Amsterdammer naar de provincie’, met tevens beelden van de Spaarndammerbuurt waar ik woon.
Beide filmpjes heeft Martijn Koning bij Jinek met complimenten laten zien 🙂

Uitnodiging: welkom bij mijn huiskamerbijeenkomsten!

Op 10 en 17 maart organiseer ik twee huiskamerbijeenkomsten, met de Amsterdamse gemeenteraadsleden Hala Naoum Nehmé en Marianne Poot; je kunt er in alle rust praten over wat jou beweegt. Geef je nu op via deze link!

huiskamerbijeenkomsten

Hoe vaak kun je nou eens in alle rust spreken met mensen die in de politiek zitten? Meestal is het in drukke zaaltjes, aan de rand van vergaderingen, onder het oog van camera’s. Daarom organiseer ik twee huiskamerbijeenkomsten waarin je van gedachten kunt wisselen in een plezierige sfeer.
* op 10 maart: met Hala Naoum Nehmé – binnen en buiten de gemeenteraad hoor je haar over Wonen, een van de belangrijkste taken die zij vervult in de Amsterdamse politiek.
* op 17 maart: met Marianne Poot – al jaren bekend van Veiligheid, ze voert ook het woord over Schiphol en is de nieuwe fractievoorzitter van de Amsterdamse VVD.

huiskamerbijeenkomsten

De gesprekken worden begeleid door Laurent Staartjes, lid van de bestuurscommissie West. Zelf ben ik kandidaat voor de Provinciale Staten Noord-Holland, denk daarvoor aan onderwerpen als Mobiliteit, Wonen, Energietransitie, Klimaat, Cultuureducatie en Erfgoed en natuurlijk de provinciale belastingen (die zijn in Noord-Holland het laagst dankzij de VVD en wat ons betreft blijft dat zo).

Kortom, je krijgt op zo’n middag 3 voor de prijs van 1: stadsdeel, gemeenteraad en provincie! We beginnen om 15 uur en natuurlijk sluiten we af met een borrel.

Nieuwsgierig? Je bent van harte welkom, het maakt niet uit of je ervaring hebt in de politiek of zoiets gewoon een keer wilt meemaken. Je kunt alleen komen luisteren of juist je eigen mening naar voren brengen – we zijn nieuwsgierig naar wat jou beweegt. Geef je op via deze link.

Simone Veil: une vie

I found Simone Veil’s autobiography Une Vie while buying groceries in the Super-U. In France, culture and quality can be found everywhere, a characteristic that I adore in that country. It is a breathtaking book about a life that started in an ordinary, middle-class way and got heavily interrupted by the Second World War, went through the Nazi death camps and then on to government positions at the highest level of France and Europe. Compared to the intensity of that life, the book is short (343 pages Livre de Poche). There are many chapters where the reader would like to know more because her experiences are unique and give insights one rarely gets.
Simone Veil was a Holocaust survivor and she was also a major player in France’s after-war period. Une Vie tells a lot about the things she did, but her influence went much further than that because of who she was, a woman with clear principles that she followed in any function she would fulfill: ‘le sens de la justice, le respect de l’homme, la vigilance face à l’evolution de la société‘ (p. 262).
She says she liked politics but not the political game and indeed in her book the description of such games are rarely found. It is about the goals Simone Veil was going for and about what she achieved. The reader can only wonder how she did that. The same goes for all the positions she got – it seems to be just the natural flow of her life and it would be so interesting to learn more how she got there. The political part of Une Vie shows little relations or emotions; if I may criticize Une Vie, the only point by the way: this is not about living a (political) life, it is too factually descriptive for that (though very interesting).
Anyway I highly recommend this book that was translated in many languages; (just) some parts of the book that I found breathtaking:

* the description of the Holocaust, an inside story. ‘l’enfer‘ (p.53-89)

* the question whether governments should have stayed or left their countries during the Second World War. France had the Vichy-régime that collaborated with the Nazis. Simone Veil always thought that was wrong, until she met Queen Beatrix of the Netherlands who told her how heavily her mother Queen Wilhelmina was criticized for leaving to Canada and thus ‘abandoning her people’. ‘aucun événement historique, aucun choix politique des gouvernants, surtout dans des périodes aussi troubles, n’entraîne des conséquences uniformément blanches ou noires‘. (p.46)

* the letters she got when she fought as Minister of Health for the first Law on Abortion in 1975. The verbal abuse was so terrible that her staff destroyed some letters. Simone Veil regrets that because these letters are witnesses of a history of reform and should have formed study material by now to remember that changes come with pain. ‘il faut rappeler aux esprits angéliques que les réformes de société s’effectuent toujours dans la douleur‘. (p.165)

* in the beginning of her European period she expected that in twenty years countries would go beyond their national frame. She found out that it doesn’t work like that and that everybody looks for their roots. Thus nowadays she compares the EU more to the aggregate of Russian matrushka puppets than a monolithic building. (p. 190)

* her ideas about human rights that she supported all her life; how militant activists rarely bring peace and rather increase human rights violations because their approach is too one-sided; that there are no universal human rights when it comes to business and other modus vivendi. ‘Au fond, ce sont toujours aux faibles que l’on fait la morale, tandis qu’on finit par blanchir les puissants‘. (p.194)

* Simone Veil concludes that she has become more and more a fighter for women’s rights because equal chances for women are not naturally based in laws or in the rules of the game. ‘Les chances, pour les femmes, procèdent trop du hasard‘. (p.258)

Links:
https://www.theguardian.com/world/2018/jun/30/simone-veil-funeral-paris-pantheon
http://www.theheroinecollective.com/simone-veil/
https://www.editions-stock.fr/livres/essais-documents/une-vie-9782234058170
https://www.trouw.nl/cultuur/simone-veil-succesvol-omdat-ze-een-vrouw-is~abb3e42e/

Other blogs you might like:
Mikve Israel-Immanuel synagogue: religious pearl in orange-loving Willemstad
‘Why are people like this?’ Boualem Sansal
Perceptions of power

Daarom stem ik 15 maart op Dilan Yeşilgöz

Ik had een collega die ontslag heeft genomen en de politiek is ingegaan en nu zie ik haar ineens overal”, vertelde een verbaasde ambtenaar me enkele jaren terug. ‘Dilan Yeşilgöz zeker”, zei ik meteen. Zijn verbazing kon ik plaatsen – we kennen allemaal van die mensen die grootse plannen hebben (meedoen aan de campagne van Hillary Clinton en zo) en daarna hoor je er nooit meer wat van. Maar Dilan Yeşilgöz, die leverde meteen aan tal van actuele onderwerpen een belangrijke bijdrage.

Ineens beschikte de Amsterdamse gemeenteraad weer over iemand die veiligheid prominent agendeerde, die opkwam voor vrijheid en die daarbij ook nog diepgaand verstand heeft van diversiteit & inclusie. Dat is belangrijk want veel mensen hebben vooral een mening over diversiteit & inclusie maar weinig inzicht in de maatschappelijke en organisatorische dynamiek die het teweeg brengt. Dat is wel nodig en Dilan heeft het.
Ja, je ziet Dilan Yeşilgöz overal, met veel enthousiasme en energie. Ik loop al wat langer mee in het politieke landschap en niet altijd met blijdschap. Zo zat ik vorige verkiezingen een campagneavond naast een kandidaat-kamerlid dat zich vrij passief opstelde en toen ik vroeg wat die persoon ambieerde, zei: “ik wacht het wel af”. Neem dan Dilan: vol vuur, passie en charme, altijd met uitstekende voorbereiding van zaken, vliegt ze erop af. Niks afwachten. Hup we gaan ervoor. Het is nooit nodig geweest om aan haar te vragen wat ze ambieerde wat dat is glashelder.

Mijn stem gaat daarom op 15 maart naar Dilan Yeşilgöz, lijst 1 plaats 19.

Wat ik bewonder in Dilan is dat ze heel erg zuiver kan redeneren en debatteren; ze gaat tot de kern van de zaak ongeacht met wie ze in debat gaat en wat het onderwerp is. Ze laat zich niet afleiden van waar het haar om gaat, terwijl ze in contact blijft met degenen om haar heen. Als je visie combineert met deze vaardigheden, kun je samen met leden van andere partijen (een noodzaak in dit land) mooie dingen bouwen voor alle burgers.

Amsterdam-Tel Aviv twinning at CIDI: pffff….

amsterdam tel aviv I got an invitation to a meeting at CIDI about Amsterdam-Tel Aviv as potentially twinning cities, quite a heavy debate at this moment in Amsterdam because the leftist parties in our city council have turned against it out of fear to introduce the problems of that region to Amsterdam. A matter of overconfidence in the city council’s powers, by the way, because the problems of that region have affected our city already and will continue affecting Amsterdam regardless of any city council decision…
The main reason for me to go to the meeting was that CIDI invited Eytan Schwartz, the senior political advisor to the mayor for this issue, and Mickey Gitzin, member of the left-liberal Meretz party in the Tel Aviv city council. So this was an opportunity to get direct information from people involved, an opportunity not to be missed.
Arriving at the CIDI was the first painful moment. I pass the Anne Frank House and the Hollandse Schouwburg several times a week, and here I saw the same thing: the police protection unit that is now, in Amsterdam 2015, permanently there (see the picture above). A reality that does not become normal in our city that is so free in general…
Moreover I had to pass a guard, a special fence, a double door at the entrance and then I was in… and nobody seemed to bother. I expected some kind of reception but there was none. So as a new person I decided to direct towards the coffee corner just to give myself an attitude and I was not disappointed there, like in many places the women do the hospitality, they were very nice and made me feel more at ease.
The meeting did not disappoint me in the sense that the guests were brilliant. They explained very clearly what Tel Aviv is like, how they work, what they want to achieve (a great city for their citizens, not creating peace for the whole world but building a better day-to-day life which contains also ‘boring’ aspects like the sewing system). They showed that Tel Aviv is a vibrant and tolerant city that could exchange in many aspects with Amsterdam to the benefit of both cities. Their aim is not to do diplomacy but to come to practical solutions that work.
Also they impressed me with their explanation of how they deal with the complexity of the region they live in: they got very, very critical questions from the public at the CIDI meeting and they were capable to explain their private moral standards, dilemmas, decisions in a way that is rare to hear. I learned more from them in an hour than I learned in the whole last week and maybe even month. I love to learn so they made my day. I could have learned more, though…
The meeting did disappoint me when it comes to the point ‘public’. There were some people in the public who already seemed to know what they thought and approached the guests from Tel Aviv with questions that were not meant to get information but to make them ‘accountable’ for all Israeli politics. This was not just tiresome, it was also offensive and I felt embarrassed at several occasions. Two things they said surprised me in particular. 1. that Tel Aviv would have a right wing majority of 51%; a factual statement that anybody who prepares meetings would have looked up in advance but apparently that guy didn’t mind to do the preparation effort – so the guests explained, 31 seats in the Tel Aviv city council, 2 for Likud, 3 for religious parties, 5 seats in total, not exactly the alleged 51%. And 2. blaming Tel Aviv, a city of 450.000 inhabitants, for being inadequate in dealing with 60.000 refugees, while at this very moment the Netherlands, a country of 17 million people, is showing a hard attitude in European negotiations to invite just a few thousand refugees from the Mediterranean – some self reflection is useful at times!
What impressed me also emotionally is the remark of Eytan Schwarz about how he works on good things for citizens and ideals and many positive steps to make this world a better place and then is often confronted with negative emotions about Israel that are projected on him as a person; his self awareness and also his strength of vulnerability to say this in public. Wow. And the remark of Mickey Gitzin, short and to the point among all these prejudices of life in the Middle East commented on (my wording, not his) from Amsterdam sofas: talk less, listen more. So true. And it would have made this meeting so much more interesting because the guests had a lot to tell but not everybody was ready to hear, to listen, they just wanted to make their point about their opinion about Israel versus Palestine, and about perceived immorality of Israelians, even the guys in front of their nose, no dialogue nothing, very strange.
Thanks Cidi for organising. It was only 2 hours but I was dead tired after this meeting – not their fault and I learned a lot and also got inspired. But I also worry because of what I saw.
As I said above, the problems of that region have affected our city already and will continue affecting Amsterdam regardless of any city council decision, the meeting made that very clear… So the best the city council can do is to make sure that we will not loose the dialogue Amsterdam-Tel Aviv and to organise that we will meet as humans: not to discuss the big issues of world peace as long as we are not the UN-president, but to make the daily life of our citizens better with practical projects and solutions found across borders.

PS In 2017 I visited Tel Aviv, in these two blogs are some impressions:
https://grethevangeffen.nl/2016/07/05/recycling-plastic-tel-aviv/
https://grethevangeffen.nl/2016/07/01/security-tel-aviv/